woensdag 23 november 2016

Grijsaard aan de poort: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 1b

img_20161120_215503.jpgWas in het diepste punt van de hel alle hoop vervlogen, hier aan de poort van de Louteringsberg heerst de hoop. Dante ziet zelfs Venus aan de hemel staan. Het licht van de planeet is zo fel dat hierdoor het sterrenbeeld van de Vissen niet te zien is.

Dante ziet hier ook 4 sterren die alleen de eerste mensen hebben gezien, maar verder heeft geen mens voor hem deze sterren gezien. Ze symboliseren de 4 kardinale deugden: voorzichtigheid, rechtvaardigheid, moed en matigheid.

Ook hier treft hem de weerstand in de persoon van een grijsaard. De verteller schildert de grijsaard af zoals oudere mensen zich gedragen. Zo vraagt de man zich af of het beleid van de hemel soms is veranderd omdat hij hier nu de sterveling Dante aantreft. Vergilius voert hier het woord en verklaart dat hij Dante heeft meegenomen hier naartoe.

De grijsaard vraagt wel of Vergilius zijn metgezel een plant om het hoofd te winden. Dit drukt de nederigheid uit. Daarnaast moet Dante het gezicht te wassen. Zo zal elke vorm van onreinheid zijn verwijderd. Daarna draait de man die de poort van het Vagevuur bewaakt, zich om.

Dan beschrijft de verteller op een prachtige manier de dageraad die de ochtendschemering verjaagd:

Omdat de dageraad juist de wegvluchtende ochtendschemering de baas begon te worden, ontwaarde ik in de verte de trillende rimpeling van de zee. Wij liepen over de eenzame vlakte naar beneden zoals mensen die de weg, die ze zijn kwijtgeraakt, proberen terug te vinden, maar die, zo lang ze er nog niet zijn, doelloos menen rond te dwalen. (vs 115 – 120, Van Dooren)

Daar op een plek waar de dauw nog niet opgelost is door de zon, maakt Vergilius het gezicht van Dante schoon. Er keert weer de blos op zijn wangen die hij had voordat hij hier kwam. Daarna krijgt hij de plant om zijn hoofd heen gewikkeld. Dante merkt nog op dat de afgeplukte plant even snel weer aangroeit.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 1

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Frans van Dooren uit 1987. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 16 november 2016

Het schip van mijn geest: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 1

img_20161109_111635.jpgDe verteller haalt onderaan de Louteringsberg diep adem voordat hij zijn tocht voorzet. Daar onder de sterrenhemel. Hij is op het Zuidelijk halfrond. Hij zegt hier namelijk het volgende:

Nu hijst het scheepje van mijn geest de zeilen,
De wrede zee verlatend op mijn reis,
Om over beter water voort te ijlen;

Nu zing ik van het tweede rijk, de prijs
Die wij moeten betalen voor ons streven
Rein op te stijgen naar het paradijs. (vs 1 – 6; Cialona en Verstegen)

De uitspraak intrigeert mij: ‘schip van mijn geest’. Hier verklapt Dante dat de reis die hij in dit boek maakt, een reis door zijn eigen geest is. De waarheid is het verhaal. De reis volstrekt zich in zijn gedachten.

Literatuur in optima forma. Dante duidt hier precies waar het om draait in de literatuur. Het verhaal speelt zich af in de geest. Het verplaatst zich van het hoofd van de schrijver naar de woorden op papier. Van het papier komt het vervolgens in het hoofd van de lezer.

De lezer is echter een helemaal zelfstandige entiteit. Hij mag zelf beslissen wat hij met het verhaal doet. De beelden die de verteller oproept, krijgen eigen vormen. Dat geeft de dynamiek van literatuur. Het schip van de geest, verandert in het hoofd van de lezer.

De verteller die zijn lezer meeneemt op de tocht. Hij belooft de lezer op kalmer water. De plek waar de ziel zich gereedmaakt om naar de hemel te stijgen. Een prachtige metafoor, die heel nauw aansluit bij het leven.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 1

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 9 november 2016

Divina Commedia: Louteringsberg - een inleiding

Dante ontsnapt uit de hel via een verborgen gang, een kronkelig pad in de rotsen naast een beekje. Aan het einde ziet hij een ronde opening. Eindelijk verschijnt de sterrenhemel weer aan hem. Hij belandt in een heel nieuwe wereld in dit tweede deel van zijn opus magnum: de Goddelijke komedie. Staat in het eerste deel vooral de zonde in relatie met de straf. In dit deel krijgt de boetedoening veel minder aandacht, maar draait het vooral om de loutering.

Catharsis

Het is verreweg het meest hoopvolle deel en benadrukt de catharsis: de reiniging van de ziel. Hoe kun je lering trekken uit je gedragingen uit het verleden? Kunnen de zielen in het eerste deel zich niet losmaken van hun zonden, in dit tweede deel krijgen de zielen de mogelijkheid om zichzelf van een andere kant te laten zien.

Het sluit beter aan bij de opvatting van de moderne mens: van je fouten kun je leren. Een kritische houding naar je eigen gedragingen en de pogingen om er iets positiefs mee te doen.

7 hoofdzonden

Ook hier volgt Dante weer een strakke indeling in de verschillende zondes. Hij begint met de nalatigen, opgedeeld in 4 groepen mensen (geëxcommuniceerden, op laatste moment bekeerden, gewelddadig omgekomenen en vorsten). Daarna komen er 7 omgangen waarbij de verteller zielen tegenkomt die gelouterd worden op 1 van de 7 hoofdzonden.

Omgang 1: Trots – Superbia
Omgang 2: Afgunst – Invidia
Omgang 3: Toorn – Ira
Omgang 4: Traagheid – Acedia
Omgang 5: Gierigheid – Avaritia
Omgang 6: Vraatzucht – Gula
Omgang 7: Wellust – Luxuria

Heel hard legt de verteller de scheidslijn tussen de verschillende zondes niet. Zo combineert Dante opnieuw de hebzuchtigen met de verspillers. Hij geeft de vraatzuchtigen daarnaast een eigen omgang. Hier borduurt hij voort op de succesvolle scene in het eerste deel in de hel, Canto 7.

Het beeld van de berg is overigens een prachtige allegorie. Het verwijst naar de klim om hogerop te komen. Het persoonlijk gevecht tegen de verleidingen en zondes waar je mee geconfronteerd wordt in het leven. Voor mij is het tweede deel het mooiste deel van Dantes meesterwerk Divina Commedia.

Ik neem je graag mee op deze mooie ontdekkingstocht door dit prachtige verhaal.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

woensdag 12 oktober 2016

Intermezzo: Divina Commedia: Tussen hel en hemel

img_20161010_213103.jpgDante en Vergilius komen in het tweede deel van de Goddelijke komedie in het gedeelte tussen hel en hemel terecht: het vagevuur. Bij Dante heet dit vagevuur, de louteringsberg. In mijn ogen het mooiste gedeelte van de Divina Commedia.

Hier vermengt de boetedoening voor de zonden in een loutering. Een bijna boeddhistische benadering van omgang met schuld en boete. De boete dient om er uiteindelijk gereinigd uit te komen. Niet het straffen om het straffen, maar de betere mens die er uiteindelijk uit komt. Dat is het einddoel van de louteringsberg.

Dante situeert deze berg aan de andere kant van aardbol: op het Zuidelijk halfrond. Zoals in de laatste Canto van de Hel duidelijk is, ziet Dante dit anders dan wij. Hoe anders, wordt mij niet duidelijk. De louteringsberg begint waar de hel eindigt en na een lange klim komt hij daar aan.

Bij het lezen van dit gedeelte van het boek ben ik vooral bevangen door de mooie beelden en het doel in de richting van de lezer. Trekt de Hel vooral aan door het grote angstaanjagende karakter ervan, dit deel van de Goddelijke komedie trekt op een heel andere manier de aandacht. De lezer heeft er wat aan.

De louteringsberg maakt je veel bewuster van de zonden waar je iets aan kunt doen. Heeft de Hel vooral een fatalistisch gehalte, in dit gedeelte van het hiernamaals heb je invloed. Je kunt iets aan je lot doen. Iets dat mij veel meer aantrekt dan de niet te herstellen verdorvenheid van de hel.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

woensdag 5 oktober 2016

Afscheid van Lucifer: Divina Commedia: Hel: Canto 34 deel 2

img_20161004_212949.jpgDe kou hier op het verste puntje van de aarde is ondragelijk, schrijft Dante. De verteller en Vergilius zijn hier beland in het centrum van de aarde. Dit vormt het middelpunt voor Lucifers macht.

Als hij afzakt, ziet Dante tot zijn verbazing dat Lucifer op zijn kop hangt. Het ijs is verdwenen en Dante wil begrijpen waarom de duivel op zijn kop hangt en het ijs verdwenen is.

De uitleg van Vergilius is helder: we hebben haast, de hoogste tijd om door te gaan. Er is geen tijd om lang stil te staan bij de op zijn kop hangende Lucifer.

Vergilius komt tot de uitleg. Ook hier is de wereld een bol. Het is niet helemaal duidelijk of de Romeinse dichter de wereld hetzelfde ziet als wij. Voor hem en Dante is de duivel het middelpunt van de aarde en daarmee van het heelal. De aarde draait immers nog om de zon.

De dichter geeft Dante en de lezer een staaltje van Middeleeuwse astronomie en geologie. De kennis van het heelal en de aarde, reikt best ver. De tegenvoeters leven aan deze kant van de wereld, stelt Vergilius.

Ze staan niet zo lang stil bij deze duistere plek en gaan verder:

Een ruimte is daar beneden, die zich verwijdert
Van Belzebub evenver, als [zijn] graf zich uitstrekt,
Een die niet door het zien, maar door ’t geluid bekend is

Van een klein beekje, dat daar nederdaalt
Door het gat van een rots, die het uitgehold heeft
Met zijn kronkelende loop, die weinig helt.

De gids en ik traden dien verborgen weg
Binnen om tot de lichte wereld weer te keeren;
En zonder over rust nog zelfs te denken

AStegen wij op, hij eerst en ik als tweede,
Zoover, tot ik weer iets van de schoone dingen
Die de heemel draagt, door een ronde opening zag;

Hieruit betraden wij naar buiten om weer te zien de sterren. (vs 127 – 139, Bremer)

De 2 ontsnappen door een nauw gaatje naar buiten. De laatste regel uit het hel-gedeelte is een ware bevrijding. Het zien van de sterren biedt weer perspectief. Na het dieptepunt van de hel, staat ze weer buiten. Er is weer ruimte. De hel werd steeds nauwer en enger. Nu is daar weer de bevrijding.

Misschien wel de diepste crisis waar de verteller in verzeild raakte, na de tocht door het donkere woud. Ook het niet helemaal begrijpen van de duivel, helpt hem niet. Dan is daar blijkbaar een nauwe doorgang waardoor zijn helper en hij glippen.

Er breken mooie tijden aan…

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 34

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Frederica Bremer uit 1943. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 28 september 2016

Het diepste van de hel: Divina Commedia: Hel: Canto 34 deel 1

img_20160923_220104.jpgDante en Vergilius komen nu in het meest onhergzame deel van de hel. Hier verblijft Lucifer. Dieper kun je niet afdalen. Hier is het diepste van het diepste. Dit deel ligt het verste af van God en is verborgen in het binnenste van de aarde.

Vergilius wijst er eerst vanuit de verte naar en zegt dat dit Dis is, waarnaar ze al de hele weg op reis zijn. Het einddoel van de reis en Dante wordt onmiddellijk gegrepen door de plek waar hij nu is:

Hoe ik verstijfde en zwijmde bij die woorden,
Vraag het niet, lezer, want ik zal ’t niet schrijven,
Daar alle woorden maar de waarheid stoorden.

Het was geen sterven, geen in leven blijven.
Wil, hebt ge een grein van geest, dus zelf doorgronden
Hoe tusschen zijn en niet-zijn ik bleef drijven.

De Koning van smartelijke gronden
Had tot de borst het ijs als grot en keten,
En eer word ik aan grootte een reus bevonden

Dan dat een reus zich met zijn arm zou meten.
Naar verhouding van geheel tot deelen
Kunt ge de grootheid van zijn lichaam weten. (vs 22 – 33, Verwey)

Dante schildert de duivel af met 3 verschillende gezichten en onder die gezichten enorme vleugels zo groot als zeilen die koude rondwapperen. Bij elke klap van de vleugels waait er een ijskoude vrieswind. In de mond van 1 van de 3 gezichten zit een zondaar.

Het is Judas Iskariot, de volgeling die Jezus verraden heeft. Hij wordt hier het zwaarst gestraft van alle zondaars in de Hel. Met zijn tanden verbrijzelt Lucifer de verrader van Jezus. Judas valt uiteen als met vlas in een vlasbraak gebeurt, schrijft de verteller. Zijn hoofd zit naar binnen, terwijl zijn benen buiten de mond van de duivel steken.

In de andere monden zitten 2 andere zondaar, Brutus en Cassius. Hun treft hetzelfde lot als Judas. Van deze 3 zondaars wordt de verrader van Jezus zeker het strengst gestraft, weet Vergilius aan de verteller mee te delen.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 34

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Albert Verwey uit 1923. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 21 september 2016

Bevroren tranen: Divina Commedia: Hel: Canto 33

De graaf Ugolino neemt een hap uit het hoofd van aartsbisschop Ruggieri. Hij veegt meteen zijn mond af aan de haren van het hoofd waar het net zijn tanden heeft gezet. De schim vertelt aan Dante en zijn begeleider Vergilius wie hij is.
In de vorm van een droom met bijbehorende symbolen vertelt hij zijn geschiedenis. Hoe hij op een verschrikkelijke manier ten einde kwam dankzij de man waar hij net en stuk uit de schedel verslonden heeft. Hij zou als burgemeester zijn stad Pisa hebben verraden, maar daar denkt hij anders over.

De verteller lijkt hier wel de gulden middenweg te kiezen in zijn verhaal over deze bijzondere geschiedenis. Als lezer kom ik in de verleiding om de graaf als slachtoffer te betitelen. Helaas komt de aartbisschop niet aan het woord. Ugolino en zijn zonen zijn omgekomen aan de hongerdood in die toren, die sinds hun dood de naam Hongertoren draagt.

Verderop liggen andere zondaars. Ze liggen achterover, schrijft de verteller. Ook hier is het ondragelijke koud. De tranen van de zondaars bevriezen meteen. De verteller kan het niet laten hier een treffende vergelijking te maken:

Wij gingen verder, langs een plek die anderen
ook stijf ’t in ijs houdt vastgeklemd, maar nu
’t gezicht omhoog gewend, niet naar beneden.Zo stremt het huilen zelf de tranenvloed,
het wellen van ’t verdriet wordt door de ogen
gestuit en binnen stuwt de pijn zich op.Want de eerste stroom verstart zich tot obstakel
en dat kristal vormt zelf een soort vizier
dat tot de wenkbrauw heel de oogkas opvult. (vs 91 – 99, Brouwer)

De oogholtes zitten vol met bevroren tranen dat ze veranderen in brillenglazen. In gesprek met de zondaars hier verneemt Dante dat de duivel zo wreed is dat hij de gedaante aanneemt van levende wezens zoals Branca d’Oria. Een vlijmscherpe veroordeling. De ziel baadt al in de Cocytus, terwijl zijn lijf rond op aarde rondloopt.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 33

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Terugblik: Paradijs: Canto 22

Ik blikte omlaag door alle zeven sferen, en toen ik de aardbol zag heel in de diepte, zo klein en zo gering, glimlachte ik even. En loof ik ...