Posts tonen met het label boekbespreking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boekbespreking. Alle posts tonen

woensdag 24 mei 2017

De loop van de Arno: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 14a

De 2 dichters lopen verder langs de bergrand. Ze horen stemmen van 2 Italianen die zich afvragen wie zij toch zijn, waarvan 1 een lichaam heeft. Ze lopen daar om de berg heen en krijgen de kans om de oren en ogen de kost te geven.

Ze vragen het aan Dante en Vergilius. Dante draait om het antwoord heen. Hij zegt niet rechtstreeks dat hij uit Florence komt, maar noemt de rivier die door zijn stad stroomt. Ook zonder deze te noemen, maar de 2 weten dat het om de Arno gaat.

Het 2-tal uit Italië begrijpt waarom Dante de naam niet noemt. Het klinkt of je het vergeten wilt, zegt één. Dingen die afschuwelijk zijn, spreek je niet uit. De ander schim merkt op dat aan de Arno misschien ook wel niet zulke beschaafde mensen wonen. Hij verwijst naar de graven Guidi die het kasteel Porciano bezaten. De vergelijking met het varken, porco, is snel gemaakt.

Het gedeelte van het verhaal dat volgt, zit boordevol met dit soort verwijzingen. Dante volgt de loop van de rivier en vergelijkt de bewoners van elke stad langs de rivier met een diersoort. Het is bijna reis door de hel, hoe lager hoe verschrikkelijker.

Door botte varkens heen, die eikelen meer verdienen dan ander voedsel, geschapen tot menschelijk gebruik, richt hij eerst zijn armelijk pad.
Keffertjes vindt hij voorts, daar hij lager komt, meer grijnzend dan hun kracht vergt, en ze minachtend keert hij den muil van hen af.
Hij gaat al vallende, en hoe meer die gemaledijde en ellendige sloot aangroeit, te meer ziet hij de honden tot wolven worden.
Voorts afgedaald door meerdere diepe zeeën, vindt hij de vossen zóó vol van loosheid, dat zij geen list vreezen die hen ving. (vs 43 – 54, Boeken)

Van de varkens in het Noorden, via de honden naar de wolven en tenslotte, in het losgeschoten stuk Italië, Sicilië waar de wolven zitten.

Een rijk scheldspel dat de verteller hier speelt. De beledigingen zijn niet van de lucht. Het gaat er hier hard aan toe, zoals de verteller duidelijk maakt aan de lezer.

Ook hier gebruikt Dante de Italianen voor een voorspelling van zijn lot: zijn verbanning uit Florence. Iets wat hij natuurlijk prachtig doet door het verhaal in 1300 te laten spelen en dan profetiën te doen.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 13

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van H.J. Boeken uit 1907-1910. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 8 maart 2017

Engel en slang: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 8

Het 8e lied van de Louteringsberg begint meteen met een prachtige vergelijking om te laten zien hoe laat het eigenlijk is. De avond valt en Dante staat met Vergilius aan de rand van de nalatige vorsten.

Het was reeds het uur, dat het verlangen terugwendt
Van de zeevarenden, en dat hun ’t hart verteedert,
Den dag, als zij hun dierbaren vaarwel hebben gezegd;

En dat den nieuwen pelgrim doorvlijmt met liefde,
Als hij van verre het avondklokje hoort,
Dat schijnt den stervenden dag te beweenen;

Toen ik begon het luisteren af te sluiten
En slechts te zien, naar één van de zielen
Die, opgestaan, met de hand om aandacht vroeg. (vs 1 – 9; Bremer)

Het is tijd om te gaan slapen. Dante weet met de vergelijking met de zeelui en de pelgrims een sterke melancholische sfeer op te roepen. Het begint donker te worden. De nacht vol gevaren is in het vooruitzicht. Maar meteen na deze vergelijking staat een van de schimmen op en maant Dante om naar hem te luisteren.

De man zet het ‘Te Lucis ante’ in. Een gezang die wordt gezongen bij het vallen van de avond. Dit lied van de heilige Ambrosius roept de hulp in van God om bij te staan in de donkere nacht. De schim kijkt deemoedig naar het oosten en roept God aan. De andere schimmen zetten het lied mee in. Volgens de verteller mondt het uit in een prachtig gezang dat door het dal klinkt.

Het houdt verband met de 2 engelen die over hen heen vliegen. Het duo zal de schimmen beschermen voor het gevaar dat door het gras kruipt: de slang. Zodra Dante dit hoort, kruipt hij tegen Vergilius aan. Sordello stelt voor om naar benden te gaan, omdat daar nog een paar schimmen zijn die graag Dante willen bespreken.

Daar treft Dante een oude bekende aan: de edele rechter Nino. Dante kent hem uit de periode dat de rechter in Florence woonde. Ook hier weer de vraag hoe Dante hier is gekomen. Als Nino het antwoord krijgt, vraagt hij meteen of de dichter wil oproepen voor hem te bidden. Speciaal zijn dochter.

Inderdaad presenteert zich de slang. Hij kruipt dreigend door het hoge gras. Als de slang de engel ziet, vlucht hij weg. Het gevaar is weg. Dan kan Dante nog een andere schim spreken. Een schim die een mooie voorspelling doet dat de dichter over een paar jaar het land zal zien waar de schim vandaan komt.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 8

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Frederica Bremer uit 1943. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 16 november 2016

Het schip van mijn geest: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 1

img_20161109_111635.jpgDe verteller haalt onderaan de Louteringsberg diep adem voordat hij zijn tocht voorzet. Daar onder de sterrenhemel. Hij is op het Zuidelijk halfrond. Hij zegt hier namelijk het volgende:

Nu hijst het scheepje van mijn geest de zeilen,
De wrede zee verlatend op mijn reis,
Om over beter water voort te ijlen;

Nu zing ik van het tweede rijk, de prijs
Die wij moeten betalen voor ons streven
Rein op te stijgen naar het paradijs. (vs 1 – 6; Cialona en Verstegen)

De uitspraak intrigeert mij: ‘schip van mijn geest’. Hier verklapt Dante dat de reis die hij in dit boek maakt, een reis door zijn eigen geest is. De waarheid is het verhaal. De reis volstrekt zich in zijn gedachten.

Literatuur in optima forma. Dante duidt hier precies waar het om draait in de literatuur. Het verhaal speelt zich af in de geest. Het verplaatst zich van het hoofd van de schrijver naar de woorden op papier. Van het papier komt het vervolgens in het hoofd van de lezer.

De lezer is echter een helemaal zelfstandige entiteit. Hij mag zelf beslissen wat hij met het verhaal doet. De beelden die de verteller oproept, krijgen eigen vormen. Dat geeft de dynamiek van literatuur. Het schip van de geest, verandert in het hoofd van de lezer.

De verteller die zijn lezer meeneemt op de tocht. Hij belooft de lezer op kalmer water. De plek waar de ziel zich gereedmaakt om naar de hemel te stijgen. Een prachtige metafoor, die heel nauw aansluit bij het leven.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 1

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 10 augustus 2016

De graaf en slechte raad: Divina Commedia: Hel: Canto 27

img_20160801_215226.jpgDe helden van deze reis door het hiernamaals hebben al iets gezien van wat straks komen gaat: de louteringsberg. Dat is straks het 2e deel van de Divina Commedia. De sprekende vlam komt weer tot rust, maar een nieuwe vlam weet te ontsnappen. Hij zegt niet wie hij is, maar het is de graaf Guido da Montefeltro. Een veldheer, geëerd en geprezen.

Hij vertelt hier iets van zijn levensverhaal. Ook hier speelt Dante met het beeld van de hel. De vlam vertelt hier een verhaal die hij wel mag zeggen omdat toch nooit een levende ziel uit dit deel van de hel heeft weten te komen.

Hier lijkt de verteller ook in tweestrijd. Hij deelt de graaf in dit deel van de hel, maar de graaf verontschuldigt zich en lijkt de schuld te willen geven aan anderen dat hij hier zit. Een treurig verhaal over een advies dat niet deugt en waarvoor hij blijkbaar geen goede verklaring kan geven.

Het lijkt of hij geen verantwoordelijkheid wil nemen voor zijn daden. Onduidelijk is het voor mij waarom deze gestrafte in dit deel van de hel moet verblijven. Hij heeft eenvoudig gezwegen op het moment dat hij raad moest geven, in ruil voor het witwassen van zijn zonden.

Deze canto eindigt dan ook treurig en een beetje onbestemd.

Toen hij aldus zijn rede had voleindigd,
Verwijderde de vlam zich jammerklagend,
De scherpe spits rondslaande en wringende.

Wij gingen voort, mijn Gids zoowel als ik,
Steeds langs den rotwand tot aan de andre boog,
Die over diep ligt waar men ’t loon betaalt

Aan hen die tweedracht zaayend, zich bezwaarden. (130 – 136, Kok)

Alsof Dante hier niet het echte geheim wil verklappen, grijpt hij naar een vertellerstruc: op naar het volgende hoofdstuk. Het stuk van de hel met de zondaars die tweedracht zaaiden.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 27

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Kok uit 1863/1864. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 22 juni 2016

Oplichters en rechtverkrachters: Divina Commedia: Hel: Canto 21

image

In de volgende sleuf van de 10 ringgrachten, ook Malebolges genoemd, klinkt een zinloos gejammer op. Dante kijkt goed en ziet hoe een dikke, kokende peklaag in deze gracht stroomt. Hier is de hel zoals veel mensen deze voorstellen met duiveltjes die een drietand vasthouden en daarmee zondaars achterna zitten.

Terwijl Dante hier loopt, roept Vergilius plotseling ‘pas op!’. Ze geven even de ruimte aan de zwarte duivel die over de rotsbrug in hun richting komt. Hij heeft een zondaar op zijn schouders liggen en werpt hem van de rotsbrug waarop ook Dante en Vergilius staan.

Dante geeft deze duivels eigen namen: Malebranche, dat betekent Kwaadklauwen. Ze gooien alle oplichters en rechtsverkrachters hier in de kokende teer. Een verschrikkelijke straf waaruit de misdadigers proberen te ontsnappen. Maar de duivels letten hier goed op. En Dante vertelt dit in een treffende vergelijking met de kookkunst van koks terwijl de duivels naar de zondaars in de kokende teer gillen:

‘Als ’t scherp van onze gaffels je niet zint,
Is bovenkomen jou niet aan te raden.’

Door honderd haken werd hij vastgepind.
‘Huppelen mag, maar je moet onderblijven,’
Riep men. ‘Steel heimelijk als je iets vindt!’

Zo plegen koks hun koksmaats voor te schrijven
Het vlees met vorken onderin de pan
Te houden en niet te laten drijven. (vs 50-57; Cialona en Verstegen)

Vergilius waarschuwt Dante om zich meteen achter een rotsblok te verstoppen. De duivels worden link en ruiken vlees. Ze zijn inderdaad bloedlink. De klassieke dichter moet alles op alles zetten om de grijpgrage duivels te weren. Als Dante dan tevoorschijn komt, willen ze hem met hun gaffels in zijn achterste prikken.

Na een gesprek met de leider van deze duivelsgroep, krijgen ze verder begeleiding van deze monsters. Net als de toezegging dat hun geen vlieg kwaad wordt aangedaan. Vergilius stelt de dichter Dante extra gerust. Als de duivels hun tanden laten zien is het niet tegen hen, maar tegen de zondaars die hun kop boven het pek uitsteken.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 21

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Cialona en Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Terugblik: Paradijs: Canto 22

Ik blikte omlaag door alle zeven sferen, en toen ik de aardbol zag heel in de diepte, zo klein en zo gering, glimlachte ik even. En loof ik ...