Posts tonen met het label lezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lezen. Alle posts tonen

woensdag 21 maart 2018

Divina Commedia: De laatste etappe: Paradijs


Aan de poort van het Paradijs staat Dante. Hij wordt meegevoerd naar de hemel, getrokken door de ogen van Beatrice. Het is een bijzonder moment in dit meesterwerk. Hier stijgt de held en verteller van het verhaal hoger en hoger.

Met dezelfde precisie als de eerste 2 delen heeft Dante dit laatste deel van de Goddelijke komedie geconstrueerd. Als onderdeel van de goddelijke 3-eenheid, volgt het Paradijs na de Hel en de Louteringsberg.

Stond de Hel in het teken van de straf, de Louteringsberg voor het louteren, in het laatste deel staat de goddelijke beleving centraal. De beloning voor een godvruchtig leven.

Het contrast met de eerdere delen is dat Dante zich in de Hel en op de Louteringsberg nog verbonden voelde met de aarde. De Hel bevindt zich in de aarde, de Louteringsberg aan de andere kant, in feite het Zuidelijk halfrond. De hemel bevindt zich buiten de aarde.

De constructie van de hemel is in dezelfde vorm als de hel die Dante heeft geconstrueerd. Ook hier zijn cirkels, in totaal 9 hemels, verdeeld over de verschillende geesten die er zijn in de hemel. Daarbuiten zijn de hemelroos en uiteindelijk God, omringd door 9 engelenkoren.

De hoofdpersoon en verteller ondergaat deze reis door de hemel als een visioen, meegezogen door zijn begeleider Beatrice. Zij vervult een bijzondere rol van enerzijds de aardse liefde en de goddelijke liefde anderzijds. De erotiek speelt hier geen rol. Het is echt een zuiver religieuze beleving. Dat maakt dit boek misschien ook tot het minst toegankelijke deel van het 3-luik van Dante.

Het is werkelijk een tour de force. Waar ik grote waardering voor heb. Ik hoop u mee te kunnen nemen in dit tegenwoordig minst gewaardeerde deel van de Divina Commedia, terwijl het in Dantes tijd ongetwijfeld als hoogtepunt gold.

Binnenkort reis ik verder met Dante door het Paradijs.

woensdag 14 maart 2018

Intermezzo: Divina Commedia: Tussen berg en hemel


De reis van Dante is nu op 2/3 van zijn tocht. Na de diepten van de Hel, volgde de klim op de Louteringsberg. Nu vervolgt hij onder begeleiding van Beatrice de vaart naar de hemel.

De verteller zal nog veel ontdekken en zo diep als de hel ging, zo hoog gaat nu zijn reis door de hemel. Hij zal niet alleen de hemel zien, maar ook dicht bij de hemellichamen komen en uiteindelijk dicht bij God. Heel dicht bij God. Zo dicht is nog nooit een levend wezen bij de almachtige geweest.

Het Paradijs saai?

Veel lezers duiden het gedeelte dat nu aanbreekt als saai aan. Het vormt natuurlijk wel een contrast met het 1e deel van de hel. Zijn het daar de gestraften die uitvoerig beschreven worden, hier komen de goeden aan bod. Ze krijgen allemaal alle lof toebedeeld en er klinkt heel veel gezang, samen met een geur van bloemetjes en andere gelukzalige momenten.

In een uitvoerig essay over Dantes Goddelijke komedie schrijft de dichter T.S. Eliot zijn relatie met dit bijzondere werk. Hij schrijft in het essay dat het deel van de Louteringsberg vrijwel naadloos overgaat in het Paradijs.

Boetedoening – loutering – zaligheid

Is de hel het moment van boetedoening, de Louteringsberg de fase van de loutering. In het 3e en laatste deel staat de zaligheid centraal. Terecht wijst Eliot op de verbinding van de delen met elkaar. Dat daarmee het middendeel van een ongekende schoonheid is.

Na het lezen van de Purgatorio kom je er ook weer achter hoe krachtig de verteller het proces van reiniging beschrijft. Ik vind het gewoon een deel waaruit je als lezer het meeste lering kunt trekken. Dat je al tijdens je leven aan dit proces kunt beginnen. De ervaringen die Dante samen met zijn reisgenoten beleeft, helpen hem om uiteindelijk het donkere woud te overwinnen.

Reis door tijd en ruimte

Het laatste deel wordt niet alleen een reis door de hemel, maar ook door tijd en ruimte. De verteller tart aan de wetenschappelijke kennis van zijn tijd. Het grenst tegen het onmogelijke. En op een wonderbaarlijke manier weet Dante het mystieke en goddelijke hiermee te combineren.

woensdag 7 maart 2018

Nieuw blad: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 33b


Dante krijgt een bijzondere vergelijking naar het hoofd geslingerd van Beatrice. Ze vergelijkt het inzicht van Dante met een tak die in de Elsa ligt. De rivier bevat zoveel kalk dat in vrij korte tijd de tak bedekt wordt met een laag kalk, waardoor de tak versteent. Het inzicht van Dante is net zo versteend als het stuk hout dat in dit water ligt.

Dante mag dan wel vele studies hebben gevolgd, het biedt hem nog geen inzicht in het goddelijke. Hier breekt een bijzonder deel van de reis aan. Onder leiding van Beatrice krijgt hij een inkijkje in dit inzicht. Het tafereel dat zich zojuist rond de boom van kennis van goed en kwaad heeft afgespeeld is daar de inleiding van.

Rond het middaguur stoppen de 7 vrouwen die hen begeleiden. Ze staan aan de rand van het woud en zien hier de rivieren die het aardse paradijs begrenzen. Matelda brengt hem en Statius die ook nog bij hen is, naar de oorsprong van deze 2 rivieren. Hier mag Dante van het water drinken.

Er rest mij niet meer ruimte op dit blad,
O lezer, om het water te bezingen
Waarvan ik gaarne meer gedronken had,

Want ik verlaat de berg der louteringen.
Dit deel is af. Ik voeg mij naar de toom,
De teugels die mij tot beperking dwingen.

Ik kwam herboren uit de goede stroom,
Zo puur als bomen die nieuw lover krijgen
En zich vernieuwen tot een nieuwe boom,

Gereed om naar de sterren op te stijgen. (vs 136 – 145; vert. Ike Cialona en Peter Verstegen)

De verteller bedient zich van een heerlijke vergelijking. Als eerste begint hij over het letterlijke schrijfproces van dit meesterwerk op de vellen papier. Het aantal bladen dat hij nog heeft voor dit 2e deel van de Goddelijke Komedie is op. Dante kan misschien wel willen, het papier is op. Er is geen ruimte meer om uit te wijden.

De vergelijking met de boom waaruit de blaadjes schieten in het voorjaar, is heel mooi. De blaadjes maken de oude boom weer nieuw en fris. Ontdaan van de oude ballast. Het is weer net zo beeldend als de eerdere vergelijkingen die de verteller maakt. Het geeft dit meesterwerk zijn glans. Het oude blad is volgeschreven, het nieuwe blad lonkt. Zo sterk zelfs dat je als lezer verder wilt naar het 3e en laatste deel: het Paradijs!

Literatuur

De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 28 februari 2018

Geen orakelpraat: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 33a


De reus heeft de hoer meegenomen het donkere bos in. De 7 vrouwen die Beatrice vergezellen zetten psalm 79 in; een lied dat symboliseert hoe verdrietig ze zijn over de toestand van de kerk. Beatrice sommeert om verder te gaan lopen, met een krachtige uitroep. De maagden lopen voor hen uit. En als Dante de kans krijgt dat om eindelijk Beatrice te spreken; hij loopt vrijwel naast haar, houdt hij verlegen zijn mond.

Vanzelfsprekend vraagt ze hem waarom hij niks te vertellen heeft. Als een puberjongetje zwijgt hij in alle talen en als ze ernaar vraagt zegt hij dat ze wel weet wat hij wil. Ze roept hem op om niet te praten alsof hij in een droom is, maar gewoon het gesprek met haar aan te gaan.

Ze geeft een treffende beschrijving wat er zojuist bij de boom van kennis van goed en kwaad is voorgevallen. Het is een mooie samenvatting van de vele gebeurtenissen die zich zojuist voor het oog van de verteller afspeelden.

Ze legt kort uit wat Dante eigenlijk gezien heeft. En dat is niet mis. De kerk wordt bedreigd. De kerkleiders zijn verdeeld en het zorgt voor veel verdriet bij God. De tegenstelling waarbij de adelaar eerst een monster is en later prooi wordt. De sterren die volgens Beatrice binnenkort zullen verschijnen, zijn weinig hoopgevend voor de toekomst.

Mijn woorden lijken nu orakelpraat
Waar Tehmis en de Sfinx naar lieten raden,
Omdat de zin ervan je nog ontgaat.

Het raadsel wordt je, als door de Najaden,
Veel later door de feiten wel verklaard,
Maar zonder vee en akkerland te schaden.

Onthoud dit, en vertel het op aard
Aan hen die – want wat anders is het leven? –
Op weg zijn naar de dood in volle vaart.

Vergeet vooral niet hun een beeld te geven
Van hoe de boom, die tweemaal werd gedeerd,
Door rovers, ledig achter is gebleven (vs 46 – 57; vert. Ike Cialona en Peter Verstegen)

Het is geen geruststellend verhaal dat Beatrice aan Dante vertelt. Ze wil dat hij alles zorgvuldig opschrijft wat hij ziet. En het mag misschien allemaal wel als kolder op hem overkomen. De geheimzinnige gebeurtenissen en de woorden van Beatrice doen hem misschien aan orakelpraat denken. Het is geen onzin wat hier gebeurt.

Een indringend verhaal waarbij Beatrice Dante wijst op zijn verantwoordelijkheid. De boom in het aards paradijs is tot 2 keer toe geplunderd, waar hij bij stond. Dat belooft niet veel goeds. Hier zie je bijna een Bijbelse aanklacht die de verteller hier aanneemt. Hij is er, maar krijgt nu ook een taak: zijn publiek erop wijzen dat het verkeerd bezig is en daardoor mogelijk ook verkeerd afloopt.

Literatuur

De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 21 februari 2018

Draak en reus: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 32c


Nog voor het zover is dat de verteller de hemel mag binnentreden, verschijnen nog een aantal mysterieuze wezens zich aan Dante. Het begint met een lichtflits, sneller dan de bliksem. In die flits verschijnt de adelaar, Jupiters vogel.

Het zijn mythische wezens die aan het fundament van de wagen waarop Beatrice zit, knagen. De knal waarmee de adelaar zich op de wagen werpt, doet de wagen in al zijn voegen barsten. Dat geldt ook voor de vos die flink tekeer gaat. Alsof hij al heel lang geen eten heeft gehad. Beatrice weet hem op zijn nummer te geven en het dier druipt af.

Hetzelfde geldt voor de adelaar, die een deel van zijn veren in de bak van de wagen achterlaat. Tot overmaat van ramp breekt er van onderen een draak de wagen binnen. De verteller weet er even geen raad mee. De situatie is dan ook best alarmerend. Het kan zo een aflevering uit Games of Thrones zijn, waarbij de ene verschrikkelijke scène de andere volgt.

Toen leek me dat de aarde openspleet
en ’n draak omhoogkwam tussen beide wielen
die met zijn staart de bodem van de kar

doorstak; en, als een wesp zijn angel, trok hij
zijn kwaaie staart weer terug en sleurde ’n deel
van ’t plankwerk mee – en kronkelend droop hij af toen.

Wat ervan restte werd nu helemaal,
als goede grond door onkruid, met die veren
– heilzaam bedoeld misschien en ook oprecht –

bedekt; op beide wileen én de dissel
lag ’t verendek gespreid in minder tijd
dan ’n mond zich opent om een zucht te slaken. (vs 130 – 141; vert. Rob Brouwer)

Het blijft een bijzonder tafereel waarin maar liefst 8 gebeurtenissen elkaar in rap tempo volgen. Van de adelaar, de vos, de draak en uiteindelijk verschijnt een hoer in een wagen omringd door 7 koppen. Natuurlijk verbeeldt de verteller hier allerlei zinnebeelden, maar de scene is in mijn ogen vooral pure science fiction.

Wat Dante hier ziet, is dat de adelaar zich opnieuw stort. De veren vliegen alle kanten op. Van onderen steekt het fabeldier in de wagen en verwoest daarmee het voertuig waarop zojuist Beatrice is gekomen. De vergelijking die de verteller maakt met de angel van een wesp is treffend.

Hij gaat nog wat verder. Uiteindelijk verandert de wagen in een 7-koppig wezen waarop een hoer staat. Ze kijkt naar Dante, maar wordt voor haar lonken gestraft door de reus die haar eerder af en toe kuste. Hij sleurt haar mee en zo verdwijnen de 2 in het donkere woud.

Literatuur

De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 14 februari 2018

7 jonge vrouwen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 32b


De verteller Dante schrijft dat hij zich voelt zoals de discipelen zich voelen als Jezus zich laat zien met de profeten Mozes en Elia. Ze vallen in slaap en als ze wakker worden, zit Jezus er weer heel gewoontjes bij alsof er niks gebeurd is.

Zo voelt Dante zich ook. Hij wordt weer wakker na de bijzondere ervaring bij de boom van kennis van goed en kwaad. Nu ziet hij Matelda zitten aan de waterkant. Waar is Beatrice? De vrouw wijst hem naar de boom waar Beatrice zit.

Haar verdre woorden liet ik mij ontrooven,
Waardoor? Door haar die als ik haar ontwaarde
Alle andre zintuigen wist uittedooven.

Zij was gezeten op de zuivere aarde,
Als hoedster van de wagen daar gelaten
Nadat het beest hem bond, het dubbelgeaarde.

De zeven nimfen, die om haar niet zaten
Maar stonden, droegen lichten welker schijn is
Ontheven aan de wind uit laagre staten (vs 91 – 99; vert. Verwey)

Naast de wagen waarmee ze gekomen is. 7 jonge vrouwen, Verwey vertaalt het als nimfen, met olielampjes staan om haar heen. Het verwijst naar de gelijkenis van Jezus over de bruid met de 7 wijze en 7 dwaze maagden.

De griffioen stijgt samen met de processie weer naar de hemel. Het zingen klinkt nog altijd zoet en diep. Beatrice vertelt wat hem te wachten staat. Dante zal nog even in het aards paradijs verblijven, waarna hij samen met Beatrice naar de hemel zal stijgen.

Als een goede vrouw betaamt, zegt ze Dante dat hij goed moet kijken onderweg. Hij zal straks de bedorven wereld moeten getuigen van wat hij gezien heeft.

Een edele taak. Dante luistert naar haar bevelen. Er staan bijzondere gebeurtenissen te wachten. Het moet voor hem een bijzondere ervaring zijn om dit deel van het dodenrijk te mogen binnentreden. Terwijl veel mensen aangeven dat we nu juist in het saaie gedeelte van de Goddelijke komedie komen.

Literatuur

De hier gebruikte vertaling is van Albert Verwey uit 1923. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 7 februari 2018

De boom: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 32a


Dante realiseert zich dat hij zijn geliefde Beatrice 10 jaar niet meer heeft gezien. Hij merkt hoe hij gebiologeerd naar zijn oude geliefde kijkt. De verteller spreekt zelfs van een ‘muur van onverschilligheid’ die hij om zich heen trekt. Alles wat er om hem heen gebeurt, ontgaat aan zijn aandacht.

Totdat de stoet plotseling van richting verandert, zoals een groep soldaten dat ineens kan doen. Zo gebeurt het dat de groep voorbij loopt bij Dante. De 24 grijsaards en de dames die bij elk bij een wiel van de wagen lopen. Samen met Statius die nog altijd bij hem is, volgt Dante, Matelda. De vrouw die hem zojuist uit de Lehte heeft getrokken.

Ze maken een tocht door het diepe woud. Ze leggen een afstand in die 3 keer een boogschot is. Daar gebeurt iets bijzonders, ze zien de boom van het Paradijs, de boom van kennis van goed en kwaad. De kruin is bladerloos. Daar stopt de stoet en stapt Beatrice van de wagen.

Er gebeurt iets bijzonders met de boom:

Als boomen van ons land, de daags bezonden,
Terwijl het licht gemengd is met de stralen
Die achter ’t sternsel van de Visschen branden,

Opzwellen en zich dan opnieuw bemalen,
Elk met zijn kleur, vóór de zon zijn genetten
In ander teeken rijzen doet en dalen, –

Zóó, min dan rozen, meer dan violetten,
Kleurde zich deze boom: in nieuw verjongen
Zag ik zijn dood hout frissche loten zetten.

Ik vatte ’t niet, noch wordt het hier gezongen,
Het lied door al die lieden aangeheven:
Tezeer had mij die melodie bedwongen. (vs 52 – 63; vert. Albert Verwey)

De boom verkleurt in rode kleur, roder dan rozen of viooltjes. Hij schiet in de knop, zoals een boom in het voorjaar doet. Het is een bijzondere gebeurtenis waarbij de aanwezigen een onbekende hymne zingen. Dante kan het niet goed volgen wat hij hoort. Dat komt ook omdat hij opnieuw in zwijm valt.

Literatuur

De hier gebruikte vertaling is van Albert Verwey uit 1923. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 31 januari 2018

Ogen en mond: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 31c

Overmand door de emoties is de verteller buiten westen geraakt. Hij wordt wakker terwijl de vrouw die hij eerder alleen zag aan de rivier, boven hem is. Ze trekt hem door het water van de Lethe. Het is Matelda die Dante eerder zag staan toen hij dit stuk bos ontdekte.

Ze glijdt zo licht als een bootje over het water en trekt hem achter zich aan. Hier reinigt Dante zich van zijn verleden. Zijn verleden waarvan hij zojuist berouw heeft getoond, wordt nu schoongewassen en vergeten. Tenslotte duwt ze zijn hoofd onder water, waarbij de verteller het water moet doorslikken. De ultieme reiniging.

Hij is er nog niet voordat hij Beatrice mag zien, gaat hij eerst nog langs de 4 nimfen. Ze vertegenwoordigen de 4 kardinale deugden: Voorzichtigheid, Rechtvaardigheid, Moed en Matigheid.

Dante verlangt ernaar de ogen van Beatrice te zullen zien. Het is een verwijzing naar de goddelijke schoonheid van de heldin. Hij wil haar ogen zien en haar mond. Ze staat bij de borst van de griffioen. Ze kijkt strak naar het mythische dier dat Jezus verbeeldt.

Duizenden begeerten, heter dan de vlam is,
vestigden mijn ogen op de stralende ogen
die gedrug de griffioen alleen aanschouwden.
Zoals de zon schijnt in een spiegel,
straalde er het tweevoudig dier in ,
nu met de ene dan met de andere werking.
Denk, o lezer, hoe ik moest verwonder staan,
toen ik het wezen in zichzelf stil zag blijven,
en veranderen in zijn beeld. (vs 118 – 126; vert. Haghebaert)

De ogen kaatsen als een zon in de richting van het dier. Het duidt op de tweeduidigheid van dit wezen dat voor geen mens te bevatten is. Er klinkt engelengezang op. De vrouwen die rond Dante dansen, roepen Beatrice op om haar ogen op hem te richten. Net als dat ze haar mond (haar 2e schoonheid) aan hem zou moeten laten zien.

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van P.B. Haghebaert uit 1947. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 24 januari 2018

Beschaamd en stom: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 31b

Zoals alleen een vrouw kan doen, drukt Beatrice het er nog eens goed in bij de verteller Dante. Na haar dood had de dichter zich tot de hemel moeten richten in plaats van met andere vrouwen in zee te gaan. Dat hij naar haar dood onverschrokken liefdesverklaringen aan andere vrouwen doet. Dat is toch echt heel slecht.

Ze wijst hem op zijn leeftijd. Ook omdat hij het nog gewoon doet terwijl hij ouder – en dus wijzer – zou moeten zijn. De vergelijking die Beatrice hier maakt is prachtig. Ze vergelijkt het met jonge en oude vogels. Zijn de oude vogels niet zomaar te vangen?

“De jonge vogel laat tot twee- driemaal op zich
schieten: maar het is vruchteloos geschoten naar
de oude vogel, of voor hem het net gespannen.”
Zoals een kind beschaamd en stom staat
met zijn ogen naar de grond en luistert,
de eigen schuld erkennend en bedroefd. (vs 61 – 66; vert. Haghebaert)

Ze spreekt hem toe als een schuldig kind. Dante kan er alleen maar met teneergeslagen hoofd staan. Ze wijst hem nog streng op zijn volwassenheid. Hij heeft immers een baard, laat die maar eens zien. Je lijkt er nooit iets te willen leren.

Heerlijk die vermaning. Dante moet diep door het stof. Hij kijkt nog eens goed naar Beatrice en wordt getroffen door haar schoonheid. Zij doet alle vrouwen die hij een liefdesverklaring gegeven heeft, abrupt vergeten.

Dan raakt de schrijver getroffen tot in het diepste van zijn binnenste. Hij wordt overmand door emotie en zakt in elkaar.

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van P.B. Haghebaert uit 1947. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 17 januari 2018

Gespannen handboog: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 31a

Het beklimmen van de Louteringsberg heeft Dante in het aards paradijs gebracht. De mooiste plek op aarde. Nu staat hij tegenover Beatrice en zij verlangt van hem dat hij zich reinigt. Dante wordt ook gelouterd aan het einde van dit 2e deel van de Goddelijke komedie.

Hij moet diep door het stof. De engelen hebben hem in de vorige canto verdedigt, maar Beatrice is nog nier overtuigd. Je zondige herinneringen zijn nog niet meegenomen in de stroom van de rivier de Lethe.

Beatrice is streng tegen de verteller Dante. Kom op jongen, is het waar wat ik zojuist heb verteld? Het is nogal een zware beschuldiging die ik aan je adres heb gegeven. Dante kan niet veel meer dan wat stamelen. Hij wil iets antwoorden, maar krijgt het niet voor elkaar.

Nog een oproep van Beatrice. Kom op, je wilt mij niet wijsmaken dat je je goed gedragen hebt sinds ik door ben. Dan krijgt Dante eindelijk een ‘ja’ over zijn lippen. Het is vrijwel niet te horen, biecht de verteller op. Je had het moeten zien, anders zou je het niet geloven. Maar wat er dan gebeurt, laat zich alleen in een vergelijking uitdrukken:

Zoals de handboog die te fel gespannen is, bij
het losgaan breekt, en springen doet, zijn pees, en minder krachtig met de pijl het doel genaakt.
Zo brak ik, onder zulk een grote last,
ook los in zuchten en in tranen;
en de stem viel van mijn lippen lam. (vs 16 – 21; vert. Haghebaert)

De boog is gebroken onder de spanning van de pees. De gevoelens overmeesteren hem en Dante moet verschrikkelijk huilen en zuchten. Hij bekent, maar Beatrice drukt het er nog eens goed in. Zo wijst ze hem 3 keer op zijn zonden en vraagt van hem oprechte berouw.

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van P.B. Haghebaert uit 1947. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 10 januari 2018

Smelten: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 30c

De vergelijking met de ijskoude en bevroren sneeuw op de Apenijnen, die door een veranderende windrichting weer smelt, is prachtig. Het koude hart van Dante smelt onder de woorden die de engelen zingen.

Maar het gaat verder. De engelen bij hem zijn door medelijden getroffen. Het ijskoude hart ontdooit in zuchten en tranen. Dante staat daar te huilen en realiseert hoe nietig en zondig hij eigenlijk is. Hij mag hier helemaal niet staan!

Beatrice is harder. Ze wijst de engelen op de zondige levensstijl van de verteller. Hij staat hier wel te grienen, maar het is geen onschuldige jongen hoor. Zeker. Die Dante heb ik bij leven nog wel een beetje in bedwang weten te houden, maar na mijn dood is hij flink losgegaan.

Ondanks alle verwoede pogingen van Beatrice om zich in dromen en visioenen te openbaren. Dante blijft op het slechte pad. Er rest nog slechts een laatste redmiddel: hem naar hier te brengen.

Ik ben zelf naar het dodenrijk gegaan
Om daar, betraand, Vergilius te smeken
Hem hier te brengen: dat heeft hij gedaan.

Wij zouden Gods verheven voorschrift breken
Als hij het Lethewater drinken zou,
Terwijl hij de rivier zou oversteken,

Zonder beweend te hebben van berouw. (vs 139 – 145; vert. Cialona en Verstegen)

Hier openbaart de aanstichter van de reis. Het is Beatrice die Vergilius naar Dante heeft gestuurd. Terwijl Dante daar in het donkere woud liep, heeft de Romeinse dichter Vergilius hem gehaald en hier gebracht. Het was het laatste redmiddel.

Daarom helpt een beetje grienen niet, stelt Beatrice streng. Ze vindt dat hij oprecht berouw moet tonen. Anders overtreden we de regels. Het Lethewater mag je pas drinken als je berouw hebt van je zonden.

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 3 januari 2018

Beatrice: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 30b

De verdwijning van Vergilius en verschijning van Beatrice. Laat de lezer zien dat de verteller Dante nu helemaal op zichzelf is aangewezen. Hij kan niet meer terugvallen op het weten, de wijsheid waar Vergilius symbool voor staat. Hij moet zich overleveren aan de goddelijke wijsheid waar Beatrice voor staat.

De beeldentaal waarmee de verteller zich bedient, is een opeenstapeling van allemaal schoonheid. De mooiste bloemen komen voorbij en er klinkt een liefelijk engelengezang op.

Dante nadert het einde van de Louteringsberg. De beelden die hier aan de orde komen, zijn ook vaak de reden van critici om te vinden dat het einde van Dantes meesterwerk wel erg zoetsappig is. Je ruikt teveel bloemetjes en hoort teveel geliefkoosd engelengezang. Wat betreft literatuur en het steeds zoeken naar nieuwe, treffende vergelijkingen, zit in dit deel van de Louteringsberg vooral de uitdaging, maar ook de voorbereiding wat straks in het Paradijs zal langskomen.

Dan openbaart Beatrice zich te midden van de bloemenzee en muzikale pracht.

‘Ja, ik ben Beatrice. Kijk naar mij!
Hoe durf je deze lusthof te betreden?
Wie hier blijft is toch van zonden vrij?

Snel richtte ik mijn ogen naar beneden
Eerst naar het water, daarna naar de grond,
Daar ze mijn spiegelbeeld uit schaamte meden.

Ik was een knaap die voor zijn moeder stond,
Van wie hij een berisping had gekregen,
En die haar strenge liefde bitter vond. (vs 73 – 81; vert. Cialona en Verstegen)

De verteller heeft haar al heel lang niet meer gezien. Ze is 10 jaar voor het jaar waarin Dante zijn reis maakt door het hiernamaals, overleden. Ze symboliseert hier overduidelijk meer dan de liefde. Ze symboliseert hier zuiverheid en Gods aanwezigheid.

Beatrice openbaart zich aan Dante met de uitroep: wat doe je hier? De verteller kan niet veel meer dan zijn ogen neerslaan in de rivier de Lethe. Dante schaamt zich, terwijl het engelenkoor inzet met psalm 31. Een lied over het godsvertrouwen. Ze komen tot het 9e vers, met de woorden ‘mijn voeten’. Dat symboliseert de nederigheid waaraan Dante zich zal moeten onderwerpen.

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 27 december 2017

Bloemenzee: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 30a

De reis van Dante over de Louteringsberg krijgt in dit vers een bijzondere wending. Hij is in het aardse paradijs beland en wordt tegemoet gelopen door een grote stoet. De processie met een wagen, getrokken door een griffioen stopt tegenover hem aan de andere kant van het water.

De dienaren die de wagen vergezelden, beginnen nu te zingen, waarna een groot gezang losbreekt. Het is een overweldigende ervaring, maar vormt nog maar het begin van wat dadelijk komen gaat.

De vergelijking die Dante hier maakt is werkelijk prachtig. De kleurenpracht die hij hier nu ziet, doet hem denken aan een zonsopkomst zoals hij die kent aan de oostelijke stranden. Nu doemt in een wolk van bloemen een openbaring op voor Dante.

Vaak zag ik boven oostelijke stranden
De roze gloed waarmee die dag begon,
Die met zijn licht de duisternis verbande,

En het gelaat der pas herboren zon,
Nog in haar nevelen verhuld gebleven,
Zodat mijn oog haar licht verdragen kon.

Zo zag ik, door de bloemenzee omgeven
Die, door de engelen in overdaad
Omhooggeworpen, weer omlaag kwam zweven,

Een vrouw met een wit floers voor haar gelaat,
Een krans olijvenlover rond haar haren,
Een groene mantel en een rood gewaad. (vs 22 – 33; vert. Cialona en Verstegen)

Hij voelt hier de kracht van een oude liefde. Het is de liefde voor Beatrice die deze aanblik bij de ik-verteller oproept. Hier komt het verhaal naar voren van de eerste ontmoeting van Dante met Beatrice. Hij zag haar voor het eerst op 9-jarige leeftijd in de kerk.

Helemaal onder de indruk van wat hij hier ziet, wendt hij zich tot zijn medereiziger Vergilius. De Latijnse dichter die hem al sinds het begin van de Goddelijk komedie op zijn reis door het hiernamaals begeleid. Dan ziet Dante tot zijn grote schrik dat Vergilius er tussenuit gepiept is.

Het zien van al dit moois, kan niet voorkomen dat Dante moet huilen om het vertrek van zijn reisgenoot. Hij vindt het jammer dat hij Vergilius geen gedag heeft kunnen zeggen en hij voelt de tranen over zijn wangen stromen. De wangen die Vergilius aan het begin van de Louteringsberg had gewassen met dauw.

Dan klinkt een stem op. Hij hoeft niet te huilen. Dante draait zich om en ziet nog niet heel scherp wie de vrouw is die aan de overkant staat. Heeft hij het zojuist goed gezien en is de stem die hij hoort inderdaad haar stem?

Gedichten rond Canto 30

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 20 december 2017

Griffioen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 29b

De vrouw Matelda maakt Dante attent op dat er zoveel meer te zien is dan de 7 brandende kandelaren waar hij naar staat te turen aan de waterkant.

De vrouw berispte mij: “Waarom brandt gij zoo hevig
In uw geboeidheid door de levende lichten,
En ziet ge niet naar dat, wat achter ze aankomt?” (vs 61 – 63; vert. Bremer)

Hij kijkt nog eens goed en ziet een groep mensen achter de toorsen aanlopen. Als hij naar zijn eigen spiegeling in deze rivier, de Lethe, van de vergetelheid gekeken heeft, stopt Dante. Aandachtig bekijkt hij de processie.

Het tafereel dat de verteller hier beschrijft, is geìnspireerd op de profeet Ezechièl en de beelden die hij in zijn profetie beschrijft. De verteller verwijst daarbij ook op een andere bron: de Openbaringen van Johannes. Hij bedient zich in elk geval van dezelfde beeldtaal als in deze moeilijk te doorgronden bijbelboeken.

De triomfwagen die Dante voorbij ziet komen, wordt getrokken door een griffioen. Een leeuw met de kop en vleugels van een adelaar. Het mythisch wezen verbeeldt Jezus. De goddelijke en menselijke natuur zijn in hem verenigd.

De stoet gaat verder en Dante ziet naast de wagen die mooier is dan een zonnewagen, prachtige vrouwen meelopen. Het zijn er samen 7, in de mooiste kleuren rood, smaragd, zuiver wit en purper.

De wagen komt ter hoogte van waar Dante aan de andere kant van het water staat.

En toen de wagen tegenover mij was,
Werd een donderslag gehoord; en dien waardigen lieden
Scheen het verdergaan verboden te zijn,

Daar ze hier stil stonden, met de eerste vaandels. (vs 151 – 154; vert. Bremer)

Een donderslag en de stoet staat stil. Ze verroert zich niet meer. Hier gaat iets gebeuren.

Gedichten rond Canto 29

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Frederica Bremer uit 1943. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 13 december 2017

Vlammende kandelaren: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 29a

Met Matelda aan de andere kant van de oever loopt de verteller Dante mee met de loop van de rivier. Ze zingt hem toe met woorden uit psalm 32, een verwijzing naar de rivier de Lethe waar Dante nu langs de oever loopt.

Hij moet kleine stappen zetten om haar bij te kunnen houden en dan zegt Matelda dat hij moet opletten. Er begint een soort hemelse voorstelling voor Dante dat opent met een fel licht. Het lijkt op de bliksem, maar het verdwijnt niet, schrijft de verteller.

De verwijzing die Dante hier doet naar Eva, klinkt als een verwijt. Als Eva niet naar de kennis van de boom had verlangd en van de vrucht had gegeten, dan zou ik dit tafereel langer hebben kunnen zien. Nu moet hij weer verder.

Het zoete geluid dat Dante hoorde bij het aantreden van het licht, blijken gezangen te zijn. Hij hoort het geluid steeds duidelijker. Ze lopen verder en dan doemen er 7 bomen van goud op in de verte. Als de verteller nog eens kijkt ziet hij dat het geen bomen zijn, maar kandelaren die hem naderen:

Maar, toen ik zoo dicht bij ze was gekomen,
Dat de overeenkomst in vorm, die het zintuig bedriegt,
Niets meer door afstand van zijn waren vorm verloor,

Onderscheidde de kracht, die onze rede voedsel aanbrengt,
Ze als kandelaren, gelijk ze waren,
En, in de stemmen van het zingen: “Hosannah.”

Van boven vlamde dit prachtig gerei
Veel helderder dan de maan bij helderen hemel
Te middernacht in het midden van haar maand. (vs 46 – 54; vert. Bremer)

De stemmen zingen Hosanna en Dante kijkt gebiologeerd naar het tafereel. Als hij omkijkt, ziet hij dat zijn begeleider Vergilius net zo verwonderd kijkt naar het licht en de vlammen die uit de kandelaren komen. Langzaam komen de vlammende lichttoorsen in hun richting.

Gedichten rond Canto 29

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 6 december 2017

Goed en slecht geheugen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 28b

Terwijl Dante daar aan het beekje midden in het bos staat, komt de vrouw aan de overkant wel steeds dichter in zijn buurt. Hij raakt bevangen van haar schoonheid en geniet van de zoete klank van het lied dat zij zingt. Dan slaat zij haar ogen op naar hem.

Haar liefde raakt de verteller. Hij staat op niet meer dan 3 passen van haar af, maar de beek verleent hem geen doorgang. Hij kan niet tot deze mooie vrouw komen.

Ze spreekt hem meteen aan. Ook zij herkent hem als vreemdeling. Jij bent nieuw hier. Ze geeft hem de tip om met hulp van psalm 92 de doorgang te krijgen. Deze psalm kan je licht geven. Zij staat hier om Dante antwoord te geven op al zijn vragen.

Zoals het vaker gebeurt in Dantes Goddelijke komedie krijgen de verteller en de lezer de uitleg over wat zij nu eigenlijk zien. De verbazing over alle schoonheid, het groen, het water en de wind, maakt nu plaats voor de verdieping in wat hij nu eigenlijk ziet.

Dat is opnieuw overweldigend. Ze vertelt hem dat hij hier in het aardse paradijs waar de mens ooit is uit verjaagd, is terechtgekomen. De moeilijkheid is echter dat Statius iets eerder verteld heeft dat hier geen atmosfeer is. Hoe is het dan mogelijk dat hier water stroomt?

De bron die hier stroomt, krijgt evenveel water als ze afgeeft, vertelt de vrouw aan Dante. Alleen heeft deze beek nog andere vermogens, verklapt deze edele vrouw:

“Aan deze zijde daalt het met de kracht die het geheugen
wegneemt van de zonde, en aan de andere zijde, geeft het
het geheugen weer van al het goed dat men gedaan heeft.”
“Het heet aan deze zijde Lethe, en aan de andere
Eunoè: maar het heeft slechts kracht,
indien het aan beide zijden wordt gedronken.”
“De smaak ervan gaat elke smaak te boven. –
Mocht uw dorst nu al genoeg gelaafd zijn,
zonder dat ik u iets meer ontdekke,” (vs 127 – 135, vert. Haghebaert)

Een ideale situatie schetst deze jonkvrouw hier aan de rand van de beek. Als je je dorst lest aan beide zijden van deze waterstroom, dan zullen alle slechte daden vergeten zijn en goede dingen juist weer worden herinnerd.

Ze verklapt aan het einde dat dit lustoord ook wel door de klassieke dichters bezongen is. Het is op deze plek ook geweldig, vertelt de knappe vrouw. Hier is het altijd lente en groeien de vruchten voortdurend door. Geen ellende, alleen maar schoonheid.

Dante draait zich om en ziet zijn 2 metgezellen meegenieten.

Gedichten rond Canto 23

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 29 november 2017

Aards paradijs: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 28a

Vergilius heeft Dante bij het aards paradijs gebracht. Het gras is groen, de vogels fluiten en de bomen reiken hoog. Dante staat aan de rand van een heus woud. Het donkere woud waar Dante aan het begin van de Goddelijke komedie in verdwaalde, is vervangen door dit paradijs.

Het is er heerlijk. Een zoel windje waait er, de bladeren trillen onder het zachte briesje. De vogels zingen hem toe vanuit de hoge bomen. En de ochtendzon schijnt hoopvol langs de bomen naar binnen. Geen enkele manier doet dit denken aan het donkere bos waarmee Dante zijn meesterwerk ooit is begonnen.

Hij verdwaalt hier ook niet. Al weet hij niet meer welke weg hij is gegaan, hij bereikt spoedig een waterstroompje. Het is een waanzinnig helder beekje dat daar stroomt, merkt de verteller op. Zelfs de meest heldere beek op aarde is troebel vergeleken met dit water. Dat de beek stroomt door een dichtbegroeid bos en het licht er eigenlijk moeilijk bij kan, lijkt in dit geval geen invloed op de helderheid te hebben.

Terwijl zijn ogen over het water dwalen, ziet de verteller daar opeens een verschijning staan aan de overkant van het water. Alle gedachten die Dante heeft vervliegen bij het zien van deze vrouw:

Een vrouw, die eenzaam ging zingend en al
bloem uit bloemen lezend,
waarmee haar gehele weg gekleurd stond.
“O schone vrouw, die u verwarmt aan het
gestraal der liefde, indien ik het gelaat geloven
moet, dat doorgaans uitspreekt wat er in het hart is,”
“Moge het u believen,” zei ik haar,
“wat nader nog bij deze beek te komen,
dat ik kan verstaan wat gij aan het zingen zijt.” (vs 40 – 48, vert. Haghebaert)

De verteller legt de link met de schoonheid van de vrouw en haar innerlijk. Hier in dit deel op de Louteringsberg geldt zeker dat de schoonheid van binnen (het hart) ook van buiten te zien is. Ze is zelf al zingend druk bezig met het plukken van bloemetjes aan de waterkant. Een en al vredig tafereel.

Ze lijkt Dante niet op te merken, terwijl ze zingt en bloemetjes plukt. Volgens de verteller draait ze wel zijn kant op. Hoopvol zoekt hij contact met haar. Zij kijkt alleen verlegen naar de grond zonder oogcontact te leggen.

Gedichten rond Canto 283

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Haghebaert uit 1947 bewerkt door Rob Antonissen. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 22 november 2017

Vernuft en kunst: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 27b

De reis vanaf de 7e omgang naar de top van de berg, dwars door de vuurzee vanaf de rand van de omgang is zwaar. Dante en zijn begeleiders weten zich door het vuur te slaan. Al is het zwaar. Dante houdt zich overeind door het vooruitzicht dat hij straks Beatrice zal zien.

De rest van de tocht omhoog zet het 3-tal rustig omhoog. In het vertrouwen dat ze hebben zoals de herder die naar zijn grazende kudde geiten kijkt. Ze waren de hele dag wild, maar als ze uitgesprongen zijn en de nacht valt, zorgt de herder toch maar dat geen wild dier ze aanvalt.

De reis die Dante maakt, vergelijkt hij met de terugreis die pelgrims maken. Je hoort vaak over de reis die pelgrims maken naar hun bestemming, maar niet zo vaak over de terugreis. Hier haalt Dante juist de terugreis van de pelgrim aan in zijn vergelijkingop het moment dat de zon weer opkomt voor de volgende dag:

Reeds had de glans die kond doet van het daglicht
– en ’n pelgrim dan het dankbaarst stemt wanneer
hij bij ’t ontwaken zich al bijna thuis weet –

de duisternis alom verjaagd en mét
het duister ook mijn slaap, toen ik dus opstond
en zag: de grote meesters zíjn al op! (vs 109 – 114; vert. Brouwer)

Het is weer licht geworden en de volgende etappe van deze reis kan worden hervat. Ze zijn op een grens aangekomen, vertelt Vergilius. Hier wordt het verstand en vernuft ingehaald door de goddelijke wijsheid, in de persoon van Beatrice.

Ik bracht je met vernuft en kunst tot hier;
neem nu je eigen wens tot gids: de steile
maar ook smalle weg is nu doorstaan.

Zie daar de zon, zijn licht bestaalt je voorhoofd,
de bloemen en de struiken en het gras:
de aarde brengt ze uit zichzelve voort hier. (vs 130 – 135; vert. Brouwer)

Vanaf hier moet Dante zich overleveren aan de goddelijke wijsheid en alles wat hij vanaf hier zal leren.

Gedichten rond Canto 27

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 15 november 2017

Vlammenzee: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 27a

Om de 7e omgang van de Louteringsberg te kunnen verlaten moeten Dante en zijn 2 begeleiders Vergilius en Statius door een vuurzee. Op de rand van de berg schieten de vlammen omhoog waarachter gezang klinkt.

De engel die er staat, roept op om door het vuur te gaan om gelouterd te worden. Dante slaat de angst om de keel. Hij heeft het gevoel hier levend begraven te worden en wil geen stap in het vuur zetten. Dit is niet wat hij wil. Zo vlak voor het einde, laat hij zich tegenhouden door deze felle brand.

Ook nu helpt de dichter Vergilius hem er doorheen. Hij draait zich om naar zijn leerling en spreekt hem moed in. Hebben ze immers niet voor hetere vuren gestaan. Vergilius heeft zijn vriend in veiligheid gebracht door hem mee te nemen op de rug van Geryon. Dat was in de hel en ook dat is goedgekomen, terwijl ze hier zoveel dichter bij God zijn dan daar.

Hij belooft Dante dat geen haar op zijn hoofd gekrenkt zal worden. Hij zal het overleven. De Latijnse dichter probeert Dante nog meer te overtuigen. Toe, laat de zoom van je kleren in het vuur zakken en merk dat er niks gebeurt. Toch blijft Dante doodsbenauwd. Hij blijft eigenwijs en koppig staan aan de rand van deze vuurzee.

UIteindelijk weet de belofte van het zien van Beatrice, straks iets verderop, hem te overtuigen dat hij de stap moet wagen. Zo stapt Dante in de vuurzee, achter zijn leidsman Vergilius aan. De stoet sluit Statius af door hen te volgen door het vuur.

Voortdurend wordt Dante moet ingepraat:

Er eenmaal ín, had ik mij ter verkoeling
in kokend glas geworpen zelfs, zo heet,
zo maeloos was ’t branden in het vuur daar.

Mijn lieve vader gaf mij moed doordat
in ’t gaan hij almaar sprak van Beatrice
en zei: ‘Ik meen haar ogen reeds te zien!’

Een stem die zong aan de andere zijde, wees ons
de weg, en wij, daar aldoor op gericht,
verlieten daar het vuur daar de helling aanving. (vs 49 – 57; vert. Brouwer)

Het is niet makkelijk daarbinnen in het vuur. De verteller wordt er niet verslonden, maar bedient zich van zware taal om te vertellen hoe moeilijk het in het vuur is. Hij wordt omringd door de belofte dat hij straks Beatrice zal zien. Het vurige verlangen helpt hem erdoor heen. Ondanks de grote hitte die hij voelt.

Pas als hij trap aankomt die naar het begin van de berg leidt, wordt het minder zwaar. De stem die uit het binnenste van het licht opklimt en ze oproept snel verder omhoog te gaan.

Gedichten rond Canto 27

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 8 november 2017

Dichten in moedertaal: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 26b

De zielen zijn verbaasd om te horen waarom Dante hier rondloopt. Ze kijken net zo stomverbaasd als een bergbewoner die voor het eerst in de stad is, zegt de verteller. Dan krijgt Dante uitleg wie in dit gedeelte van de Louteringsberg zitten. Hier zijn de homofielen, blijkt uit de verhulde beschrijvingen die de zegslieden aan de schrijver geven. De verhalen van Caesar en Sodomisten worden hier aangehaald.

De zegsman stelt zich voor aan Dante. Het is de dichter Guido Guinizelli. Hij zit hier omdat hij al bij leven berouw had van zijn daden. Er blijken meer geliefde dichters te zijn. En Dante worstelt er even mee om niet iedereen hartelijk te begroeten, zo blij is hij om zijn lievelingsdichters hier te treffen.

Tegelijk maakt de verteller Dante gebruik van de gelegenheid om iets meer te vertellen over de dichtkunst. Het grote voorbeeld dat Guido Guinizelli is de dichter Arnaut Daniel. Hij heeft het over het dichten in de moedertaal. Laat iedereen maar kletsen, maar voor mij is hij de dichter.

Nadat Guido Guinizelli gevraagd heeft aan Dante of hij hem wil gedenken en voor hem wil bidden zodat hij hier uit zal komen, verdwijnt de schim ineens. Dan staat Dante oog in oog met zijn held: Arnaut Daniel.

Ik ben Arnoult, die weent en zingt bij ’t tijgen
En ’t oog naar vroeg’re dwaasheid heen wil lenken,
Maar blijde om ’t heil, dat ‘k hoop nog te verkrijgen.

Nu bid ik U bij diè macht, die ’t kon schenken
U naar den top van dezen trap te leiden:
Wil aan ’t verzachten van mijn lijden denken”.-

Toen zag ‘k tot lout’ring hem in ’t vuur verglijden. (vs 142 – 148; vert. Rensburg)

Ook Arnaut smeekt de dichter Dante om voor hem te bidden. Zo alleen kan hij ontsnappen aan deze kring in de Louteringsberg. Binnen het besef dat zijn grote voorbeelden allemaal zondig zijn, krijgen ze allemaal een mooie plek in dit deel van de Louteringsberg.

Gedichten rond Canto 26

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van J.K. Rensburg uit 1908. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Terugblik: Paradijs: Canto 22

Ik blikte omlaag door alle zeven sferen, en toen ik de aardbol zag heel in de diepte, zo klein en zo gering, glimlachte ik even. En loof ik ...