woensdag 15 november 2017

Vlammenzee: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 27a

Om de 7e omgang van de Louteringsberg te kunnen verlaten moeten Dante en zijn 2 begeleiders Vergilius en Statius door een vuurzee. Op de rand van de berg schieten de vlammen omhoog waarachter gezang klinkt.

De engel die er staat, roept op om door het vuur te gaan om gelouterd te worden. Dante slaat de angst om de keel. Hij heeft het gevoel hier levend begraven te worden en wil geen stap in het vuur zetten. Dit is niet wat hij wil. Zo vlak voor het einde, laat hij zich tegenhouden door deze felle brand.

Ook nu helpt de dichter Vergilius hem er doorheen. Hij draait zich om naar zijn leerling en spreekt hem moed in. Hebben ze immers niet voor hetere vuren gestaan. Vergilius heeft zijn vriend in veiligheid gebracht door hem mee te nemen op de rug van Geryon. Dat was in de hel en ook dat is goedgekomen, terwijl ze hier zoveel dichter bij God zijn dan daar.

Hij belooft Dante dat geen haar op zijn hoofd gekrenkt zal worden. Hij zal het overleven. De Latijnse dichter probeert Dante nog meer te overtuigen. Toe, laat de zoom van je kleren in het vuur zakken en merk dat er niks gebeurt. Toch blijft Dante doodsbenauwd. Hij blijft eigenwijs en koppig staan aan de rand van deze vuurzee.

UIteindelijk weet de belofte van het zien van Beatrice, straks iets verderop, hem te overtuigen dat hij de stap moet wagen. Zo stapt Dante in de vuurzee, achter zijn leidsman Vergilius aan. De stoet sluit Statius af door hen te volgen door het vuur.

Voortdurend wordt Dante moet ingepraat:

Er eenmaal ín, had ik mij ter verkoeling
in kokend glas geworpen zelfs, zo heet,
zo maeloos was ’t branden in het vuur daar.

Mijn lieve vader gaf mij moed doordat
in ’t gaan hij almaar sprak van Beatrice
en zei: ‘Ik meen haar ogen reeds te zien!’

Een stem die zong aan de andere zijde, wees ons
de weg, en wij, daar aldoor op gericht,
verlieten daar het vuur daar de helling aanving. (vs 49 – 57; vert. Brouwer)

Het is niet makkelijk daarbinnen in het vuur. De verteller wordt er niet verslonden, maar bedient zich van zware taal om te vertellen hoe moeilijk het in het vuur is. Hij wordt omringd door de belofte dat hij straks Beatrice zal zien. Het vurige verlangen helpt hem erdoor heen. Ondanks de grote hitte die hij voelt.

Pas als hij trap aankomt die naar het begin van de berg leidt, wordt het minder zwaar. De stem die uit het binnenste van het licht opklimt en ze oproept snel verder omhoog te gaan.

Gedichten rond Canto 27

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 8 november 2017

Dichten in moedertaal: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 26b

De zielen zijn verbaasd om te horen waarom Dante hier rondloopt. Ze kijken net zo stomverbaasd als een bergbewoner die voor het eerst in de stad is, zegt de verteller. Dan krijgt Dante uitleg wie in dit gedeelte van de Louteringsberg zitten. Hier zijn de homofielen, blijkt uit de verhulde beschrijvingen die de zegslieden aan de schrijver geven. De verhalen van Caesar en Sodomisten worden hier aangehaald.

De zegsman stelt zich voor aan Dante. Het is de dichter Guido Guinizelli. Hij zit hier omdat hij al bij leven berouw had van zijn daden. Er blijken meer geliefde dichters te zijn. En Dante worstelt er even mee om niet iedereen hartelijk te begroeten, zo blij is hij om zijn lievelingsdichters hier te treffen.

Tegelijk maakt de verteller Dante gebruik van de gelegenheid om iets meer te vertellen over de dichtkunst. Het grote voorbeeld dat Guido Guinizelli is de dichter Arnaut Daniel. Hij heeft het over het dichten in de moedertaal. Laat iedereen maar kletsen, maar voor mij is hij de dichter.

Nadat Guido Guinizelli gevraagd heeft aan Dante of hij hem wil gedenken en voor hem wil bidden zodat hij hier uit zal komen, verdwijnt de schim ineens. Dan staat Dante oog in oog met zijn held: Arnaut Daniel.

Ik ben Arnoult, die weent en zingt bij ’t tijgen
En ’t oog naar vroeg’re dwaasheid heen wil lenken,
Maar blijde om ’t heil, dat ‘k hoop nog te verkrijgen.

Nu bid ik U bij diè macht, die ’t kon schenken
U naar den top van dezen trap te leiden:
Wil aan ’t verzachten van mijn lijden denken”.-

Toen zag ‘k tot lout’ring hem in ’t vuur verglijden. (vs 142 – 148; vert. Rensburg)

Ook Arnaut smeekt de dichter Dante om voor hem te bidden. Zo alleen kan hij ontsnappen aan deze kring in de Louteringsberg. Binnen het besef dat zijn grote voorbeelden allemaal zondig zijn, krijgen ze allemaal een mooie plek in dit deel van de Louteringsberg.

Gedichten rond Canto 26

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van J.K. Rensburg uit 1908. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 1 november 2017

Kraanvogels: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 26a

Dante en zijn 2 begeleiders bevinden zich in de omgang met de wellustigen. Ook hier valt Dante op met zijn echte lichaam in plaats van alle schijnlichamen waar de zon doorheen schijnt. Dante neemt als enige een schaduw met zich mee.

De vergelijkingen die de verteller in dit deel van de reis maakt, zijn overweldigend. De schimmen vertellen dat ze dorst hebben, meer dan mensen in Indië en Ethiopië. Hij komt 2 groepen wellustigen tegen, die tegen de natuur én degene die hun natuurlijke neigingen niet kunnen bedwingen. De groepen begroeten elkaar als mieren die elkaar met de kop beroeren als ze elkaar tegenkomen.

De voorbeelden van de 2 groepen, laten het contrast zien. De zondaars van Sodom en Gomorra tegenover de wellustige Pasiphaë die in de koe kroop om haar wellust te bevredigen bij de stier.

De vergelijking met de kraanvogels is poëzie op het hoogste niveau:

Als kranen, die deels naar ’t gebergte schoten
Der Rife’ en deels waar de woestijnen blaken,
Hetzij door vorst of hitte afstooten,

Zag ‘k deezen gaan, die naderbij geraken
En weenend weer de eerste zange’ in koren
Aanvange’ en, naar zij ’t kunnen, kreten slaken. (vs 43 – 48; vert. Rensburg)

Zoals de kraanvogels zijn deze zielen ook in tweestrijd. Ze vechten tegen de kou en tegen de hitte, maar moeten een keuze maken. De kraanvogels vliegen naar het Noorden en naar het Zuiden, zo splitsen de zielen zich in dit deel van de Louteringsberg. Het zijn die vergelijkingen die Dante zo mooi opvoert en heel soms zelfs doorzet.

Als de zielen uitgezongen en uitgehuild zijn, vragen ze hem wie hij is. Dante is de afgezand van alle levende zielen. Zijn ervaringen in de hel en nu op de louteringsberg zijn hier persoonlijk van aard:

Ik stijg langs deze weg omhoog om mijn blindheid kwijt te raken en het licht der waarheid te zien (vs – ; vert. Van Dooren)

Gedichten rond Canto 26

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rensburg uit 1908 en Frans van Dooren uit 1987. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 25 oktober 2017

Bloed met bloed: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 25b

De dichter Statius geeft een verhandeling hoe de zielen hier in dit deel van de Louteringsberg toch kunnen vermageren. Het begint met de seksualiteit. De Latijnse dichter stelt dat het bloed van de man transformeert in sperma, waarna het bij de vrouw binnenkomt.

Er heerst best een bepaalde schaamte over seks, waar Statius niet gedetailleerd over spreekt. Hij stelt dat je beter over die dingen kunt zwijgen in plaats van te spreken. Zeker is dat het sperma wordt opgenomen in het bloed van de vrouw. Volgens Statius doordat het sperma van de man verandert in bloed en mengt met het bloed van de vrouw. Daaruit komt de nieuwe mens voort.

Bloed heeft duidelijk een mythische waarde voor de middeleeuwer, maar de verteller legt de weg van de mens verder uit. Na zijn dood, als Lachesis geen vlas meer heeft om te spinnen, stelt Statius, dan begint de fase van de onstoffelijkheid. Door die onstoffelijkheid kun je vermageren terwijl je als ziel geen eten nodig hebt.

En even als de lucht, van regen zwanger,
Door dat ze ’t licht, haar vreemd, in zich weêrkaatst,
Met onderscheiden kleur zich toont gesierd:

Zóó vormt zich ook de lucht in haar nabijheid
Tot die gedaant, waar zich de ziel in afdrukt
Naar aard en kracht, waar zij zich ook bevindt.

Alsdan geheel en al de vlam gelijkend,
Die ’t vuur steeds volgt, waar ’t zich ook moog bewegen,
Zoo volgt de nieuwe vorm ook steeds den geest.

Vandaar nu heeft de ziel haar zichtbaar deel
Dat schim genoemd wordt, waar zij iedren zin
Een werktuig, mede zichtbaar, in verschaft.

Vandaar dat wij nog spreken, dat wij lachen,
Of tranen storten en de zuchten slaken,
DIe ge op den Berg wis zult vernomen hebben. (vs 91 – 105; vert. Kok)

Het lijkt of de Latijnse dichter Statius hier een vergelijking maakt met de werking van de regenboog. Heel expliciet is zijn vergelijking niet, maar je zou hem zo kunnen maken.

De zielen die hier rondlopen gedragen zich doordat de atmosfeer zo is. Je kunt ze zien doordat ze de lucht om zich heen vorm geven, de vorm van een menselijk lichaam. Maar in feite kun je er doorheen lopen, want ze zijn lucht.

Een prachtige uitleg die Statius hier geeft. We krijgen even een inkijkje in de gedachtenwereld van de middeleeuwer. Dat Dante en zijn 2 begeleiders ondertussen langs een gapende afgrond lopen, brengt je weer terug in het verhaal. Net als de mededeling van Vergilius: kijk goed uit, want een verkeerde stap is zo gezet!

Gedichten rond Canto 23

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van A.S. Kok uit 1863-1864. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 18 oktober 2017

Ooievaarsjong: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 25a

De 2 begeleiders Statius en Vergilius klimmen samen met Dante door de smalle spleet tussen de rotsen omhoog naar de 7e omgang van de Louteringsberg. Hier houden zich de zielen van de wellustigen zich op.

De mannen lopen achter elkaar de trap op naar boven. Ze hebben het besef dat ze moeten opschieten, daarom gaan ze maar omhoog in de duisternis. Er is geen ruimte om naast elkaar te lopen, merkt de verteller op. Daarvoor is de spleet te smal.

Dante popelt ondertussen om iets te gaan zeggen. De vergelijking die de verteller maakt met zijn verlangen om iets te gaan zeggen en het toch niet doen, is prachtig:

Gelijk het jong van d’ ooyevaar de vleugelen
Uit lust tot vliegen uitslaat, maar ’t niet waagt
Het nest te ontsnappen en ze dus weêr intrekt:

Zoo was ook ik. De lust tot vragen gloeide
En kwijnde beurtlings, tot ik eindlijk toonde
’t Gebaar van hem die tot spreken schikt.

Hoe snel in ’t gaan, mijn liefdrijk Vader liet
Niet van mij af maar sprak: “Trekt af de boog
Der rede, tot het ijzer reeds gespannen.” – (vs 10 – 18; vert. A.S. Kok)

De verteller vergelijkt het met het ooievaarsjong dat zijn vleugels wil uitslaan, maar het toch niet doet. Tot uiteindelijk het moment is aangebroken dat Vergilius, die alles ziet, opmerkt dat Dante wel zijn vraag mag stellen.

De vraag die op zijn lippen brandt, is: hoe bestaat het dat op deze plek waar elke behoefte aan eten ontbreekt, mensen toch broodmager zijn? Immers de zielen die hier ronddolen zijn niet stoffelijk, dan hebben ze ook geen eten nodig om te overleven.

Voor Vergilius is het de gelegenheid om Statius een lange verhandeling te laten geven. Dat begint bij de voortplanting, waarbij het bloed van de man verandert in sperma dat afdaalt naar plekken waar je beter over kunt zwijgen.

Gedichten rond Canto 24

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van A.S. Kok uit 1863-1864. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 11 oktober 2017

Geur van ambrozijn: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 24b

Forese geeft Dante gelijk in zijn opmerking dat hij voorlopig nog niet tot de dode zielen wil horen die hier rondlopen. In dit deel van het hiernamaals is de tijd kostbaar, vertelt de overleden Florentijn aan Dante.

Dan schiet hij weg zoals een ruiter te paard die uit een groep ruiters schiet om vooraan te komen staan. Terwijl de ruiter meer en meer uit het zicht van Dante verdwijnt, ziet de dichter opeens een reusachtige boom staan. Het is een afstammeling van de boom van kennis van goed en kwaad uit het aardse paradijs.

De verteller Dante maakt gelijk gebruik om even te wijzen op de verhalen rond gulzigaards. Hij haalt hier 2 verschillende verhalen aan rond dit onderwerp waarbij de gulzigheid regelrecht ook tot ondergang leidt.

Dante, Statius en Vergilius passeren de boom zo ver mogelijk van zich af en drukken zich hiervoor tegen de bergwand aan de binnenste wand van deze omgang. Als ze weer wat meer ruimte krijgen, dan is een prachtige mystieke ervaring. Een engel verspert hem de weg:

En evenals de Meilucht, zwaar beladen
met zoete geur van bloemen en van kruiden,
stil aanzweeft en de dageraad verkondigt,
zo zweefde er langs mijn voorhoofd zachte koelte
en ook het lichte beven van een vleugel,
die mij de geur van ambrozijn deed ruiken. (vs 145 – 150; vert. Christinus Kops)

De P van de gulzigheid heeft de engel van Dantes voorhoofd gehaald. De uitspraak die de engel dan doet, verwijst naar de honger naar gerechtigheid. Een mooie verwijzing naar de Bergrede van Jezus, waarbij de gulzigheid definitief de das om wordt gedaan.

Gedichten rond Canto 24

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Christinus Kops uit 1929-1930. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 4 oktober 2017

Liefde als inspiratie: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 24a

In snelle pas lopen de 3 dichters verder over de 6e omgang van de Louteringsberg, waar de gulzigaards worden gestraft. Ondanks de snelheid krijgen de zielen nog genoeg de kans om te zien dat Dante nog een levende ziel is.

Overigens heeft de snelheid waarmee ze lopen geen invloed op het gesprek dat Vergilius, Statius en Dante met elkaar tijdens het lopen voeren. Ze kijken hun ogen uit naar alle gulzige zondaars die ze hier treffen. Dante noemt ze niet allemaal bij naam, terwijl hij heel veel namen te horen krijgt. Het geeft iets moois aan de verbeelding.

Gelukkig noemt hij wel wat namen, zoals de paus die zo gulzig is dat hij palingen in de witte wijn laat zwemmen voor hij ze opeet. De anderen die zich hier zuiveren van hun aardse bestaan, zijn allemaal wat minder extreem.

Dante krijgt de lof toebedicht over zijn vroegere werk van een Bonagionta uit Lucca. Hij vertelt aan de dichter hoezeer zijn nieuwe dichtstijl, de dolce stil nuovo, mensen in vervoering heeft gebracht. De Liefde als inspiratiebron. Nu ondenkbaar dat dit in Dantes tijd revolutionair was.

De groep zielen spoedt opeens weg. De vergelijking die de verteller maakt, is prachtig.

Gelijk de vogles, aan de Nijl verwintrend,
soms in de lucht zich tot een drom verzaamlen
en dan in lange rij snel henen vliegen,
zo zag ik daar de drom die ons omringde
het hoofd omwenden en de pas versnellen,
licht door vermagering en door verlangen. (vs 64 – 69; vert. Christinus Kops)

De zielen vliegen op als een groep overwinterende vogels aan de Nijl. Ze verzamelen zich snel en spoeden weg.

Forese die Dante al in de vorige canto ontmoet heeft, laat alle zielen voorbij gaan. Ze voelen zich zo licht als een veertje. Forese vindt zijn oude vriend weer en vraagt hem wanneer hij hem zal zien?

Dante weet het niet wanneer hij zal sterven. Hij hoopt dat het nog even zal duren. Bovendien roept de stad van wie hij zoveel houdt hem. Hij kan op aarde nog even niet gemist worden.

Gedichten rond Canto 24

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Christinus Kops uit 1929-1930. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Terugblik: Paradijs: Canto 22

Ik blikte omlaag door alle zeven sferen, en toen ik de aardbol zag heel in de diepte, zo klein en zo gering, glimlachte ik even. En loof ik ...