woensdag 25 oktober 2017

Bloed met bloed: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 25b

De dichter Statius geeft een verhandeling hoe de zielen hier in dit deel van de Louteringsberg toch kunnen vermageren. Het begint met de seksualiteit. De Latijnse dichter stelt dat het bloed van de man transformeert in sperma, waarna het bij de vrouw binnenkomt.

Er heerst best een bepaalde schaamte over seks, waar Statius niet gedetailleerd over spreekt. Hij stelt dat je beter over die dingen kunt zwijgen in plaats van te spreken. Zeker is dat het sperma wordt opgenomen in het bloed van de vrouw. Volgens Statius doordat het sperma van de man verandert in bloed en mengt met het bloed van de vrouw. Daaruit komt de nieuwe mens voort.

Bloed heeft duidelijk een mythische waarde voor de middeleeuwer, maar de verteller legt de weg van de mens verder uit. Na zijn dood, als Lachesis geen vlas meer heeft om te spinnen, stelt Statius, dan begint de fase van de onstoffelijkheid. Door die onstoffelijkheid kun je vermageren terwijl je als ziel geen eten nodig hebt.

En even als de lucht, van regen zwanger,
Door dat ze ’t licht, haar vreemd, in zich weêrkaatst,
Met onderscheiden kleur zich toont gesierd:

Zóó vormt zich ook de lucht in haar nabijheid
Tot die gedaant, waar zich de ziel in afdrukt
Naar aard en kracht, waar zij zich ook bevindt.

Alsdan geheel en al de vlam gelijkend,
Die ’t vuur steeds volgt, waar ’t zich ook moog bewegen,
Zoo volgt de nieuwe vorm ook steeds den geest.

Vandaar nu heeft de ziel haar zichtbaar deel
Dat schim genoemd wordt, waar zij iedren zin
Een werktuig, mede zichtbaar, in verschaft.

Vandaar dat wij nog spreken, dat wij lachen,
Of tranen storten en de zuchten slaken,
DIe ge op den Berg wis zult vernomen hebben. (vs 91 – 105; vert. Kok)

Het lijkt of de Latijnse dichter Statius hier een vergelijking maakt met de werking van de regenboog. Heel expliciet is zijn vergelijking niet, maar je zou hem zo kunnen maken.

De zielen die hier rondlopen gedragen zich doordat de atmosfeer zo is. Je kunt ze zien doordat ze de lucht om zich heen vorm geven, de vorm van een menselijk lichaam. Maar in feite kun je er doorheen lopen, want ze zijn lucht.

Een prachtige uitleg die Statius hier geeft. We krijgen even een inkijkje in de gedachtenwereld van de middeleeuwer. Dat Dante en zijn 2 begeleiders ondertussen langs een gapende afgrond lopen, brengt je weer terug in het verhaal. Net als de mededeling van Vergilius: kijk goed uit, want een verkeerde stap is zo gezet!

Gedichten rond Canto 23

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van A.S. Kok uit 1863-1864. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 18 oktober 2017

Ooievaarsjong: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 25a

De 2 begeleiders Statius en Vergilius klimmen samen met Dante door de smalle spleet tussen de rotsen omhoog naar de 7e omgang van de Louteringsberg. Hier houden zich de zielen van de wellustigen zich op.

De mannen lopen achter elkaar de trap op naar boven. Ze hebben het besef dat ze moeten opschieten, daarom gaan ze maar omhoog in de duisternis. Er is geen ruimte om naast elkaar te lopen, merkt de verteller op. Daarvoor is de spleet te smal.

Dante popelt ondertussen om iets te gaan zeggen. De vergelijking die de verteller maakt met zijn verlangen om iets te gaan zeggen en het toch niet doen, is prachtig:

Gelijk het jong van d’ ooyevaar de vleugelen
Uit lust tot vliegen uitslaat, maar ’t niet waagt
Het nest te ontsnappen en ze dus weêr intrekt:

Zoo was ook ik. De lust tot vragen gloeide
En kwijnde beurtlings, tot ik eindlijk toonde
’t Gebaar van hem die tot spreken schikt.

Hoe snel in ’t gaan, mijn liefdrijk Vader liet
Niet van mij af maar sprak: “Trekt af de boog
Der rede, tot het ijzer reeds gespannen.” – (vs 10 – 18; vert. A.S. Kok)

De verteller vergelijkt het met het ooievaarsjong dat zijn vleugels wil uitslaan, maar het toch niet doet. Tot uiteindelijk het moment is aangebroken dat Vergilius, die alles ziet, opmerkt dat Dante wel zijn vraag mag stellen.

De vraag die op zijn lippen brandt, is: hoe bestaat het dat op deze plek waar elke behoefte aan eten ontbreekt, mensen toch broodmager zijn? Immers de zielen die hier ronddolen zijn niet stoffelijk, dan hebben ze ook geen eten nodig om te overleven.

Voor Vergilius is het de gelegenheid om Statius een lange verhandeling te laten geven. Dat begint bij de voortplanting, waarbij het bloed van de man verandert in sperma dat afdaalt naar plekken waar je beter over kunt zwijgen.

Gedichten rond Canto 24

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van A.S. Kok uit 1863-1864. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 11 oktober 2017

Geur van ambrozijn: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 24b

Forese geeft Dante gelijk in zijn opmerking dat hij voorlopig nog niet tot de dode zielen wil horen die hier rondlopen. In dit deel van het hiernamaals is de tijd kostbaar, vertelt de overleden Florentijn aan Dante.

Dan schiet hij weg zoals een ruiter te paard die uit een groep ruiters schiet om vooraan te komen staan. Terwijl de ruiter meer en meer uit het zicht van Dante verdwijnt, ziet de dichter opeens een reusachtige boom staan. Het is een afstammeling van de boom van kennis van goed en kwaad uit het aardse paradijs.

De verteller Dante maakt gelijk gebruik om even te wijzen op de verhalen rond gulzigaards. Hij haalt hier 2 verschillende verhalen aan rond dit onderwerp waarbij de gulzigheid regelrecht ook tot ondergang leidt.

Dante, Statius en Vergilius passeren de boom zo ver mogelijk van zich af en drukken zich hiervoor tegen de bergwand aan de binnenste wand van deze omgang. Als ze weer wat meer ruimte krijgen, dan is een prachtige mystieke ervaring. Een engel verspert hem de weg:

En evenals de Meilucht, zwaar beladen
met zoete geur van bloemen en van kruiden,
stil aanzweeft en de dageraad verkondigt,
zo zweefde er langs mijn voorhoofd zachte koelte
en ook het lichte beven van een vleugel,
die mij de geur van ambrozijn deed ruiken. (vs 145 – 150; vert. Christinus Kops)

De P van de gulzigheid heeft de engel van Dantes voorhoofd gehaald. De uitspraak die de engel dan doet, verwijst naar de honger naar gerechtigheid. Een mooie verwijzing naar de Bergrede van Jezus, waarbij de gulzigheid definitief de das om wordt gedaan.

Gedichten rond Canto 24

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Christinus Kops uit 1929-1930. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 4 oktober 2017

Liefde als inspiratie: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 24a

In snelle pas lopen de 3 dichters verder over de 6e omgang van de Louteringsberg, waar de gulzigaards worden gestraft. Ondanks de snelheid krijgen de zielen nog genoeg de kans om te zien dat Dante nog een levende ziel is.

Overigens heeft de snelheid waarmee ze lopen geen invloed op het gesprek dat Vergilius, Statius en Dante met elkaar tijdens het lopen voeren. Ze kijken hun ogen uit naar alle gulzige zondaars die ze hier treffen. Dante noemt ze niet allemaal bij naam, terwijl hij heel veel namen te horen krijgt. Het geeft iets moois aan de verbeelding.

Gelukkig noemt hij wel wat namen, zoals de paus die zo gulzig is dat hij palingen in de witte wijn laat zwemmen voor hij ze opeet. De anderen die zich hier zuiveren van hun aardse bestaan, zijn allemaal wat minder extreem.

Dante krijgt de lof toebedicht over zijn vroegere werk van een Bonagionta uit Lucca. Hij vertelt aan de dichter hoezeer zijn nieuwe dichtstijl, de dolce stil nuovo, mensen in vervoering heeft gebracht. De Liefde als inspiratiebron. Nu ondenkbaar dat dit in Dantes tijd revolutionair was.

De groep zielen spoedt opeens weg. De vergelijking die de verteller maakt, is prachtig.

Gelijk de vogles, aan de Nijl verwintrend,
soms in de lucht zich tot een drom verzaamlen
en dan in lange rij snel henen vliegen,
zo zag ik daar de drom die ons omringde
het hoofd omwenden en de pas versnellen,
licht door vermagering en door verlangen. (vs 64 – 69; vert. Christinus Kops)

De zielen vliegen op als een groep overwinterende vogels aan de Nijl. Ze verzamelen zich snel en spoeden weg.

Forese die Dante al in de vorige canto ontmoet heeft, laat alle zielen voorbij gaan. Ze voelen zich zo licht als een veertje. Forese vindt zijn oude vriend weer en vraagt hem wanneer hij hem zal zien?

Dante weet het niet wanneer hij zal sterven. Hij hoopt dat het nog even zal duren. Bovendien roept de stad van wie hij zoveel houdt hem. Hij kan op aarde nog even niet gemist worden.

Gedichten rond Canto 24

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Christinus Kops uit 1929-1930. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 27 september 2017

Broodmager: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 23b

De schimmen die de verteller ziet in deze 6e omgang van de Louteringsberg zijn broodmager. Hier zijn de gulzigaards die zich hier louteren van hun zonden tijdens het aardse leven.

Dante ontmoet een man totaal uitgemergeld. Hij zou niet weten wie het is, tot hij de stem hoort. Het gehavende gezicht is onherkenbaar, maar de stem herkent Dante meteen. Het maakt een herinnering in hem los. Wie het is die voor hem staat: het is de Forentijn Forese.

Hij wordt er verdrietig van om zijn oude stadgenoot en vriend zo aan te treffen. Dante zegt dat hij al zo gehuild heeft om Forese toen hij gestorven was, maar zoals hij hem hier ziet!

Dan hoort hij hoe het komt:

En hij tot mij: “Van den eeuwigen Raad
Daalt een kracht in het water en in den boom,
Dien we achterlieten, waardoor ik zoo vermager.

Al die menschen, die weenende zingen.
Omdat zij onmatig aan de gulzigheid toegaven,
Maken zich hier in honger en dorst weer heilig.

Tot drinken en eten ontsteekt in ons den lust
De geur, die van de vruchten uitgaat en van de besproeiing,
Die zich verspreidt over de groene bladeren.

En niet slechts eenmaal, terwijl we dezen weg
Rondgaan, wordt onze pijn ververscht;
Ik zeg “pijn”, en ik moest zeggen “vertroosting”; (vs 61 – 72, vert. Frederica Bremer)

Zijn oude vriend legt uit hoe het komt dat ze zo toegetakeld zijn. De verleiding is groot met de boom die hier staat en de heerlijkste geuren verspreidt van de rijpe vruchten die aan de boom hangen.

Het water dat hier stroomt en de verrukkelijke geur van het voedsel maakt deze gulzigaards gek. Het is hun loutering. Door honger te lijden, kunnen ze zich schoonmaken van hun gulzigheid in het aardse bestaan. Het is aan hun lichamen af te lezen.

Dante is verwonderd dat Forese hier al verkeert, terwijl hij een zondig leven leidde op aarde. Het is liefde over de dood heen, die hier overwint, zo verklapt Dantes oude vriend.

Foreses vrouw Nella bidt en verzucht onafgebroken voor het zieleheil van haar overleden man, die hier in het hiernamaals verblijft. Dit staat aan de basis van de latere handel in aflaten: de genade voor de overledene in het Vagevuur.

Gedichten rond Canto 23

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Frederica Bremer uit 1943. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 20 september 2017

Schuldige knoop losmaken: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 23a

Dante, Vergilius en Statius lopen nu samen op. Terwijl Dante staat te dromen bij de boom, haalt Vergilius hem weer bij de les. Kom opschieten, de tijd die ons rest is te kort om te dromen.

De dichter achtervolgt hem vaak met het nuttig besteden van de tijd. De reis door het hiernamaals is er een van haastige spoed. Er is weinig tijd om even weg te dromen en te staren in het groen.

Een groep uitgemergelde zielen passeert het schrijverstrio dat hier door de 6e omgang loopt. De vergelijking die Vergilius maakt in zijn antwoord aan Dante is mooi:

“O lieve vader, wat is het dat ik hoor?”
Begon ik. En hij: “Misschien schimmen, die
Rondgaan, den knoop van hun schuld losmakend (vs 13 – 15; vert. Bremer)

Het zijn zielen die de knoop van hun zonden proberen te ontwarren, stelt Vergilius tegenover Dante. De schimmen zingen een tekst uit psalm 51. In deze boetepsalm smeekt de zanger of God zijn lippen wil openen om Hem de lof toe te zingen.

Hier merkt de verteller eveneens op dat de zielen niet eens in de gaten hebben dat ze langslopen. Al voorbijgaand, kijken ze wandelend naar het drietal dichters om.

Evenals peinzende pelgrims doen,
Die opweg onbekende menschen inhalen,
En zich naar hen omwenden en niet blijven staan.

Zóó, achter ons aan, zich sneller bewegend,
Komend en voorbijgaand, nam met verwondering op
Een groep van zielen, zwijgend en devoot (vs 16 – 21; vert. Bremer)

Ze zijn uitgemergeld en met open mond kijken ze de dichters na. Hun gezichten zien er uit als ‘omo’, waarbij de m heel duidelijk zichtbaar is. Het duidt op het Latijnse woord voor mens.

Het is op deze plek dat Dante een vriend ziet. Forese uit Florence.

Gedichten rond Canto 23

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Frederica Bremer uit 1943. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 13 september 2017

Dubbele inspiratiebron: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 22

In de 6e omgang op de Louteringsberg – de P van de hebzucht wordt van Dantes voorhoofd geveegd door een engel – spreken Vergilius en Statius met elkaar. Dante loopt gedwee achter hen en luistert naar wat de 2 dichters uit de oudheid elkaar te vertellen hebben.

Hier weet de verteller heel mooi het lastige onderwerp van de uitverkiezing te omzeilen. Hij zegt namelijk dat Statius stiekem Christen is geworden. Bovendien krijgt Vergilius hier een mooie rol toebedeeld. Statius zou zijn gestimuleerd door een fragment uit Vergilius’ herderszangen, Bucolica.

De verteller haalt het hier ruw vertaald aan. Hij laat Statius het heel mooi inleiden door te verwijzen naar de donkere wereld waarin Vergilius geleefd zou hebben. De dichter heeft de lamp op zijn rug gedragen en de mensen na hem verlicht. Waaronder Statius:

“Door u was ik een dichter, en door u een
Christenmens. Maar om u beter aan te tonen wat ik teken,
zal ik het met de hand u schilderen.”
“Reeds was de hele wereld zwanger
van het waar geloof, gezaaid door de afgezanten
van het eeuwig rijk;”
“En uw woord, dat ‘k zoëven meldde,
paste zó goed op de nieuwe heilverkonders,
dat ik placht hen te bezoeken.” (vs 73 – 81; vert. Haghebaert)

Vergilius als dubbele inspiratiebron. Niet alleen om te kunnen dichten, maar ook om Christen te worden. Daarna volgt het verhaal van zijn bekering in het verborgene. Uit angst houdt Statius zijn nieuwe geloof voor iedereen verborgen. Vandaar dat hij ook gestraft wordt.

Dante loopt verder achter de 2 dichters aan en luistert naar hun gesprek over de dichtkunst. Het geeft Dante meer inzicht in de dichtkunst. Het inzicht dat hem brengt tot het resultaat: het boek waarin dit tafereel staat: De Divina Commedia.

Gedichten rond Canto 22

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van P.B. Haghebaert uit 1901. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Terugblik: Paradijs: Canto 22

Ik blikte omlaag door alle zeven sferen, en toen ik de aardbol zag heel in de diepte, zo klein en zo gering, glimlachte ik even. En loof ik ...