woensdag 30 augustus 2017

Geduld loont: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 21b

De vraag van Vergilius is precies de vraag die op de lippen van Dante brandt:

‘Maar zeg mij wat de berg zo trillen deed
En waarom dat gezang is opgestegen
Van voet naar top, die luide jubelkreet,’Het was, toen hij zijn garen had geregen
Door ’t kleine oog van mijn weetgierigheid,
Alsof mijn dorst verlichting had gekregen. (vs 34 – 39; vert. Cialona en Verstegen)

Wat heeft het beven van de hele berg te betekenen? En waarom zongen alle zielen het ‘Gloria in excelsis Deo’ bij? De verteller legt heel nadrukkelijk uit dat Vergilius met deze vraag de naald in het oog van het verlangen van de held van het verhaal steekt.

De schim is geduldig en legt uit wat er zojuist gebeurde. Het is eigenlijk heel simpel. Hier gebeurt op zich weinig. Alles gaat volgens een vaste orde. Alle natuurelementen waar je op aarde last van hebt, zijn hier niet aanwezig.

Het beven van de berg, komt omdat er zojuist een ziel is vrijgekomen:

Het beeft wanneer een ziel die boete deed,
Gereed is voor vertrek naar hoger streken:
Dat wordt bezegeld met die vreugdekreet.De wil, van loutering het enig teken,
Verrast de ziel en zegt dat zij, bevrijd,
Naar boven mag: haar wens is wil gebleken. (vs 58 – 63; vert. Cialona en Verstegen)

De ziel die zojuist voldoende gelouterd is, staat voor hen. Het is de Romeinse dichter Statius. Hij heeft zijn straf van 500 jaar vanwege zijn hebzucht, hier uitgezeten en daarna nog eens 400 jaar moeten wachten om echt weg te mogen.

De vergelijking die Dante de Canto opende, krijgt hier een mooi vervolg:

Ik kan niet zegen hoe mij dit verblijdde:
Zoals men meer geniet, wanneer men drinkt,
Naarmate ons de dorst ook meer deed lijden. (vs 73 – 75; vert. Cialona en Verstegen)

Het doet hem verschrikkelijk goed het antwoord te hebben gekregen van de schim. Naarmate de dorst toeneemt, kun je meer genieten van het drinken, stelt de verteller. Daarom doet het hem goed zo lang te hebben moeten wachten op het antwoord. Geduld loont.

Gedichten rond Canto 20

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Ike Cialona en Peter Verstegen uit 2000. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 23 augustus 2017

Dorst naar kennis: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 21a

De vergelijking waarmee de 21e zang uit de Divina Commedia begint, is voor mij dé reden om zo gek te zijn op dit werk. De verteller wil dolgraag weten waarom de aarde zojuist beefde en de zielen het ‘Gloria in exelsis Deo’ zongen.

Dante vergelijkt de hunkering naar kennis met de dorst die Jezus had bij de put van Jacob. Prachtige verwijzing naar dit bijbelverhaal zonder de naam van de zoon van God te noemen:

De aangeboren dorst, dien niemand keerde,
Dan zoo Genade ’t water wou verstrekken,
Dat de Samaritaanse een begeerde,

Doorbrandde mij en liet mij sneller trekken
Op ’t lastig pad, mijn Gids in ’t spoor gebleven,
En wraak naar Recht kon er in mij meelij wekken. (vs 1 – 6; vert. Rensburg)

Maar ze hebben ongelooflijke haast en zo holt Dante achter zijn begeleider Vergilius aan. De volgende prachtige vergelijking dringt zich hier op. De verteller is op dreef met zijn (bijbelse) vergelijkingen. In deze canto volgt de ene brilliante vergelijking na de andere.

En zie: gelijk ’t in Lucas wordt beschreven,
Dat Christus op hun weg twee begeleidde,
– Uit de spelonk des Grafs toen al verheven –

Kwam ons van acht’ren zoo een schim ter zijde,
Neerstarend op de schaar, die lag beneden,
En voor hij sprak, zag hem geen van ons beide. (vs 7 – 12; vert. Rensburg)

Plotseling komt er een schim naast de 2 lopen. Ze zien hem pas als hij begint te praten. Hier verwijst de verteller naar het verhaal van de Emmaüsgangers na de opstanding van Christus. De 2 reizigers naar Emmaüs zijn druk verwikkeld in een gesprek met een onbekende man. Pas aan het eind van het gesprek openbaart hij zich als Jezus.

De schim begroet ze. Pas dan merken Dante en Vergilius hem op. Ze zijn ook veel te druk bezig om goed te kijken waar ze hun voeten zetten. Er liggen allemaal schimmen op de grond en daar willen ze niet op gaan staan. Het antwoord van Vergilius snapt de schim niet. Hij vraagt zich af wat Dante en Vergilius hier doen.

Vergilius legt het kort uit, net als dat hij vertelt over Dante. Dante ziet de dingen hier anders dan wij ze zien. Dat komt omdat hij nog leeft. De rest zijn allemaal schimmen, maar Dante is al wel uitverkoren en daarmee toegelaten in de hemel. Kijk maar naar de tekens die de engel op zijn voorhoofd hoofd gegrift.

Daarna vertelt Vergilius meteen over het eerdere deel van de reis en dat hij de begeleider is van Dante. Pas dan vraagt Vergilius wat het beven van de aarde zojuist betekende. De verteller is helemaal opgelucht: Vergilius vraagt precies wat hij al die tijd al wilde weten.

Gedichten rond Canto 20

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van H. Rensburg uit 1908. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 16 augustus 2017

Onwetendheid: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 20b

Dante komt Hugo Capet tegen op de omgang waar de zielen gestraft worden voor hun aardse hebzucht. Hij zinspeelt eerst op de goedgevigheid van anderen. Het zijn 3 legendes waarnaar hij verwijst.

Maria gaf de wereld de verlosser in bittere armoede, de Romeinse consul Fabricius die alles weggaf en tenslotte de heilige Nicolaas, die 3 huwbare meisjes een bruidschat schenkt om te voorkomen dat ze in handen van kwaadwillenden vallen.

Dit in tegenstelling tot hemzelf. Hij, de stamvader van de Capetingers zou van eenvoudige afkomst zijn. Zijn vader was beenhouwer in Parijs. Hij heeft zijn nageslacht grote rijkdom bezorgd. Dat is niet zonder hebzucht gebeurd. Een lange tirade gebeurtenissen van schurkenstreken passeert de lezer nu.

De verteller legt de nadruk op de hebzucht van de Franse vorsten. De verwijzing naar de toekomst, de nieuwe Karel die Florence de buik open zal rijten. Het is de hebzucht die hier triomfeert. Al is het ook een ordinaire ruzie tussen de paus en de Fransen waar Hugo Capet naar verwijst.

Dante en Vergilius lopen verder. Ze laten de man achter die alle deugdzame, maar ook slechte voorbeelden van hebzucht opsomt. Niet dat hij hier voor niks zit. Dan begint de berg te beven, een aardbeving. Vergilius stelt de Florentijnse dichter gerust. Zolang hij met Dante meeloopt, zal er niks gebeuren. Om hen heen horen ze de zielen de lof voor God zingen.

Dan komt weer een mooie vergelijking met het verhaal van de herders die de wacht hielden in de kerstnacht. Ze luisteren naar het gezang, terwijl het beven ophoudt. Het brengt bij Dante vooral verwarring:

Wij gingen verder ’t heilge pad en kwamen
Aldoor langs zielen die voorover lagen,
En hun gewoon geween alweer hernamen.

Zulke onkunde kon nooit voorheen mij plagen
En mijn verlangen naar begrijpen stijven –
Zoo ‘k ooit op mijn geheugen roem mocht dragen –

Als thans mijn overwegen moest blijven.
Want vragen kon ik niet vanwege ons jachten
En zelf kon ik mijn donker niet verdrijven.

Zoodat ik ging, beschroomd en in gedachten. (vs 142 – 151; vert. Albert Verweij )

Hij durft zijn begeleider niet om opheldering te vragen, terwijl hij er zo’n behoefte aan heeft. Teveel haast en hij kan er zelf niet op komen…

Gedichten rond Canto 20

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Albert Verweij uit 1923. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 9 augustus 2017

Vervloekte wolvin: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 20a

In de 5e omgang verblijven de zielen die tijdens hun aardse leven hebzuchtig waren. Dante en Vergilius lopen langs de rand, alsof ze langs een wand met kantelen lopen. De rotswand aan hun kant en aan de andere kant van het smalle pad liggen alle hebzuchtige zielen. Ze lijden hier de straf vanwege de hebzucht tijdens hun leven.

Smeekbede

De verteller spreekt van het kwaad dat heel de wereld beheerst en dat mondt uit in een mooie smeekbede:

Wees gij vervloekt, aloude wolvin,
Die meer buit hebt dan alle andere beesten,
Door uw eindeloos hollen honger!

O, hemelen, door wier wentelen men schijnt te gelooven
Dat de toestanden hier beneden veranderen,
Wanneer zal hij komen voor wien deze wegvlucht?(vs 10 – 15; vert. Bremer)

Het is een smeekbede tegen de hebzucht. Dante vervloekt de wolvin, het symbool voor de hebzucht. De onverzadigbare honger van de hebzucht, zorgt ervoor dat de wolvin meer heeft dan alle andere beesten.

Dante heeft zelf ook een gevecht tegen de hebzucht geleverd aan het begin van de Divina Commedia. Als hij door het donkere bos loopt, op de helft van zijn leven, stuit hij op de wolvin. De uitroep die hij hier doet, is ook tegen zijn eigen hebzucht.

Verschil begeerte en hebzucht?

Het verschil tussen de begeerte en de hebzucht is mij nog niet altijd duidelijk. Hebzucht begint met de begeerte dat je iets wilt hebben, waarna je alles op alles zet het te krijgen. De hebzucht is nog altijd iets dat mensen beheerst.

Hebzucht veroorzaakt veel ellende. Tegen elke prijs willen we iets hebben, al zijn we ons zelf niet bewust wat die prijs precies is. Een ander woord voor hebzucht is materialisme. Ik merk hoe moeilijk het is om afstand te doen van je spulletjes.

Ontspullen

Waarom willen we iets hebben? Een eigen fiets, een eigen auto, een eigen huis. Terwijl het bezit zo relatief is. Je ontdekt het pas als je in al die rotzooi zoekt naar iets dat waardevol is. Eigenlijk is het maar heel weinig, terwijl je zoveel troost soms vindt in al die spullen. Het gevoel verdwijnt al snel nadat je het hebt.

Gedichten rond Canto 20

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Frederica Bremer uit 1943. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 2 augustus 2017

Hebzuchtig: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 19b

Dante is nog niet boven of hij ziet de mensen op de grond liggen en huilen. Hier verblijven de hebzuchtigen. Ze liggen met de rug naar boven. Als Dante iemand hoort spreken en hij wil in gesprek met deze zondige ziel, krijgt hij een knikje van Vergilius. Het is paus Adrianus V die hij hier hoort op de 5e omgang van de Louteringsberg.

Dante vraagt hem waarom zij allemaal met hun kont naar de hemel liggen. Dat zal Adrianus hem straks vertellen, krijgt hij als antwoord. Eerst krijgt hij het levensverhaal van deze paus die een maand paus is geweest voorgeschoteld. Hij zou hebzuchtig zijn geweest en als ongelovige het hoogste kerkelijk ambt hebben bekleed.

Zijn bekering volgt pas later als hij op de pauselijke stoel zit. Dan krijgt Dante uitleg waarom alle zondaars hier op hun buik liggen:

‘Wat hebzucht uitricht, blijkt wel, want gelouterd,
bekeerd én omgekeerd wordt hier de ziel:
veel straffen kent de Berg, maar geen zo bitter!

Zoals ons oog zich niet omhoog verhief,
gevestigd als het was op aardse dingen,
zo druk gerechtigheid het hier omlaag.

Gelijk de hebzucht onze liefde doofde
voor andere goed, en streven werd verdaan,
zo houdt gerechtigheid ons neergedrukt hier,

met handen en met voeten vastgehecht.
Zolang ’t behaagt aan die gerechte Here
zijn wij bewegingsloos hier uitgestrekt.’ (vs 115 – 126; vert. Rob Brouwer)

Ze mogen hier naar de kale aarde kijken met hun hebzuchtige ziel. De straf is volgens Adrianus de strengste hier op de Louteringsberg. Als Dante op zijn knieën voor hem gaat om hem met zijn woorden op te beuren, corrigeert de gestrafte paus hem. Ga overeind staan als je geen straf hebt. We zijn samen slaaf van dezelfde meester.

Gedichten rond Canto 19

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 26 juli 2017

Begerige valk: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 19a

Ook de 19e canto opent met een droom. De dromende Dante ziet een stotterende vrouw die niet echt knap is. Ze loenst, loopt kreupel, heeft stompjes van handen en ziet er lijkbleek uit. Ze is een Sirene. Hiermee vergelijkt Dante zijn reis door het hiernamaals met de reis die Ulixus maakt in Homerus’ Ilias.

De sirenen bezorgden de held van de Ilias hoofdbrekens. Hoe kon hij in hemelsnaam voorbij deze verleiders komen? Dante vermoedt hier overigens iets dat niet in Homerus werk voorkomt. Dat komt omdat hij het belangrijkste werk van Homerus alleen maar kende uit de overlevering en niet rechtstreeks.

Gelukkig brengt een andere vrouw Dante uit zijn benarde positie. Ze wijst Vergilius op de andere, misleidende vrouw. De Romeinse dichter grijpt in en scheurt de kleren van de sirene open. Er verspreidt zich meteen een ondraaglijke stank, vertelt Dante.

Pas dan wordt Dante wakker. Vergilius heeft hem al 3 keer geroepen. Ze moeten verder, door de uitgang. Ze worden geholpen door een lieflijke stem. Een stem zo zacht, die je als levende nooit zo hoort, zegt de verteller Dante. Het is een engel die meteen de 4e P van Dantes voorhoofd wist. Ze kunnen via de trap tussen de rotswanden verder naar de 5e omgang.

Al klimmend vraagt zijn Latijnse voorbeeld aan Dante wat hij toch zit te piekeren. Het is de droom die hij zojuist heeft gehad. Wat beeld alles toch uit. Vergilius legt het met een engelengeduld aan de aardse dichter uit. Hij heeft de heks gezien, maar ook meteen hoe je je van haar bevrijdt. Vergilius vindt dat Dante het met deze uitleg moet doen. Ze moeten door.

Dan is er weer zo’n prachtige vergelijking:

Gelijk de valk, die eerst op de voeten rondschouwt, voorts zich draait naar den kreet [des valkeniers] en zich uitstrekt, door de begeerte naar het voeder, dat hem daar lokt;
zóó maakte ik mij zelven, en zóó, over zoo groten afstand als waarover de rots zich splijt om doorgang te geven aan wie naar boven gaat,
ging ik verder tot daar waar men weer het rondgaan krijgt. (vs 64 – 69; vert. Boeken)

De roep van de valkenier lokt de valk om het voedsel te mogen halen. Staat Dante eerst nog bij het aardse stil, hij laat zich weer lokken door de belofte van de volgende omgang. Hij vliegt begerig op naar het volgende doel van zijn reis: naar de hebzuchtigen. Vanzelfsprekend zal hij hier weer een paar interessante zielen ontmoeten.

Gedichten rond Canto 19

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Boeken uit 1907. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

woensdag 19 juli 2017

Snelle tragen: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 18b

Terwijl Dante naar zijn leermeester luistert, nadert een groep zielen vanuit de verte. Ze zijn hier in de vierde omgang, waar de tragen zitten. De menigte die hun tegemoet loopt, heeft de vaart er aardig in zitten.

Ook hier speelt Dante met de tegenstelling. De zondigen krijgen de tegenovergestelde straf om zich te reinigen van hun zonden. Vergilius vraagt aan de voorste 2 zielen waar de dichtstbijzijnde uitgang is van dit deel van de Louteringsberg.

Ze willen de 2 graag de weg wijzen, maar vertellen er wel bij dat ze een beetje haast hebben. Gelijk maakt Dante gebruik van de gelegenheid om de abt van het San Zeno-klooster in Verona zijn verhaal te laten vertellen. Hij heeft het klooster op schandelijke wijze nagelaten, onder invloed van de heer van Verona.

Hij laat zijn bastaardzoon het beheer over klooster voeren, terwijl de abt hier zijn plicht verzaakt. De zoon is lichamelijk en geestelijk misvormd, stelt de abt. Vanwege het gebrek aan daadkracht zit hij hier bij de tragen.

Of hij nog meer vertelt, hoort de verteller niet meer. De trage is hem al ver vooruit gesneld. 2 nieuwe tragen rennen voorbij. Al passerend noemen ze de voorbeelden van traagheid. Het lijkt wel of Vergilius en Dante midden in een hardloopwedstrijd zijn beland.

Daar wordt Dante opnieuw getroffen door een visioen, een droombeeld, waarmee hij aan het begin van deze vierde omgang, in canto 17, ook al door geraakt werd:

En toen de schimmen al zo verre waren
dat onze blik ze langer niet kon volgen,
drong in mijn geest een nieuw gepeins naar binnen,
waaruit zich telkens nieuwe weer verhieven.
En van het ene doolde ik naar het andre,
tot zich mijn ogen van vermoeidheid sloten…
En mijn gepeins ging over toen in dromen. (vs 139 – 145, Christinus Kops)

Het denken slaat over in gepeins. Bij het sluiten van de ogen gaat de fantasie werk. De ene gedacht volgt na de andere en het mondt uit in dromen. Het lijkt wel of hier een dichter en schrijver aan het werk is.

Gedichten rond Canto 18

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Christinus Kops uit 1929 – 1930. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Terugblik: Paradijs: Canto 22

Ik blikte omlaag door alle zeven sferen, en toen ik de aardbol zag heel in de diepte, zo klein en zo gering, glimlachte ik even. En loof ik ...