dinsdag 17 januari 2023

Regenbogen: Paradijs: Canto 12

Gelijk twee bogen van ééne richting en ééndere verwen door teedere wolken zich ronden, wanneer Juno het harer dienstmaagd, Iris, gelast, terwijl van dien van binnen die van buiten geboren wordt, naar de wijze van het spreken van die verliefde, de nimf Echo, wie liefde deed vergaan gelijk de zon de dampen doet vervliegen; en die hier de menschen doen weten dat volgens het verbond door God met Noach gesloten, de wereld nooit weder onder water zal geraken: aldus s van die eeuwigbloeiende rozen draaiden zich de twee slingers rondom ons, en zóó beantwoordde de buitenste aan den binnensten. (Boeken, Canto 12, vs 10-21) 

De kruiszang met de vorige canto. Het verhaal van de tweede prins van de dienende heiligen, Dominicus loopt gedeeltelijk parallel vol met tegenstellingen. De westenwind hier versus de zon die bij Franciscus in het oosten opkomt. 

Draaiende molensteen

Ook hier kies ik voor de opening met de vergelijkingen als fragment. De draaiende molensteen en de regenbogen die zich om elkaar ronden, komen voorbij voordat Bonaventura het woord tot zich neemt. Alles buitelt om elkaar heen. Binnenste buiten, buitenste binnen. De tweede ring met heiligen presenteert zich aan Dante. 

Een schitterende schittering van schoonheid en fonkelingen tref je hier in dit deel van de hemel. Er ontstaat een dans van rozen, zang, gloed en weerschijn. Dit is de hemel waarin Dante is. Hij ziet en hoort het verhaal over Dominicus aan. Hoe sterk het gelijk opgaat met het verhaal van Franciscus. 

Tuinman Dominicus

'Zij strelen zij aan zij', vertelt Bonaventura. Zelfs in het heiligenleven maakt de verteller treffende vergelijkingen. De zee - 't gebeuk van golven - en de vergelijking met Gods tuin waarin Dominicus als tuinman mooi werk verzet. 

De hovenier van Christus is Dominicus in de tuin van God. De vergelijking met tuinieren zet door. Dankzij hem is het vervelende onkruid uit de tuin van God geweerd. 

Ringen en wielen

De ringen en wielen komen ook aan het einde van de canto terug. Voor Bonaventura zijn Franciscus en Dominicus de 2 wielen aan de strijdkar. Hier spreekt Bonaventura zijn zorgen uit over de mensen die snel verdwalen en de weg kwijtraken. Het spoor van de strijdwagen wordt snel veroverd door schimmels en andere dodelijke parasieten. 

Daarna somt de verteller alle mensen die zich om de heilige hebben geschaard. Een heilige ring die een goed wapen is tegen al die dodelijke en woekerende schimmels. 

de bogen buigen
alle kleuren om de zon 
hemelse molen

Literatuur

De hier gebruikte vertaling is van H.J. Boeken uit 1910. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen. Ik varieer de citaten uit de vertalingen die ik bezit in boekvorm of digitaal.

dinsdag 10 januari 2023

Chiasme: Paradijs: Canto 11

O zinnelooze kommernis der stervelingen
hoe gebrekkig zijn de sluitredenen 
die u de vleugelen doen neerslaan.
Deze joeg de jura, en die de aforismen
na, en gene streefde naar 't priesterambt
en deze wilde baasspelen met geweld of met sofistery
En die ging op roof, en gene in de politiek
en deze, van vleeschelijke lust bevangen,
matte zich af en een ander gaf zich aan lediggang over:
Terwijl ik, van alle dergelijke dingen los,
met Beatrice omhoog in den hemel was
zoo heerlijk verwelkomd. (Van Delft, Canto 11, vs 1-12)

De canti 11 en 12 vormen een 2-eenheid. Ze hebben een relatie met elkaar en wisselen in de structuur een bijzonder effect. Het staat bekend als een chiasme. De lofprijzingen voor Fransiscus en Dominicus kruisen elkaar. 

En bijzonder is dat de dominicaan Thomas van Aquino de lofprijzing doet voor Franciscus en dat de franciscaan Bonaventura van Bagnoregio de lofprijzing doet voor Dominicus. Het hoogtepunt van deze kruisvorm, maar in Dantes tijd was het gebruikelijk in Italiaanse kerken.

Insomnia

Het chiasme in de Nederlandse poëzie is vooral bekend van J.C. Bloems gedicht 'Insomnia':
Denkend aan de dood kan ik niet slapen
En niet slapend denk ik aan de dood
Dante doet iets soortgelijks. Hij verwijst in het begin naar het einde. Hij opent deze canto met het beeld van het klapperen van de vleugels. Het gaat over het geredeneer van mensen. Het brengt ze naar beneden in plaats van omhoog. Zoals een vogel doet klapperen in paniek, waarmee hij alleen maar meer naar de grond getrokken wordt.

Aardse sores

De verteller spreekt hier over zijn eigen ervaringen in het paradijs waar hij nu vertoeft. Beatrice laat hem zien dat alle aardse sores wegvallen in het hiernamaals. Geen zorgen over de dag van morgen, maar ervaren in het hier en nu. Het helpt hem om anders in het leven te staan na dit alles.

Daarna is Thomas van Aquino weer aan het woord, vanuit de kring van 12 lichtjes om de zon. Hij vertelt over het leven van de heilige Franciscus. Hij vormt met Dominicus een 2-eenheid hier in de Goddelijke komedie. Franciscus als symbool voor het loslaten van het aardse, een bewuste keuze voor armoede en de liefde voor de medemens.

de brede vleugels
van Beatrice spreiden zich
een hemels' geluk

Literatuur

De hier gebruikte vertaling is van A.J.H. van Delft uit 1921. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen. Ik varieer de citaten uit de vertalingen die ik bezit in boekvorm of digitaal.

dinsdag 3 januari 2023

Halo: Paradijs: Canto 10


’k Zag vuren om ons, in een krans gebogen,
en zoeter dan hun glans was voor ’t gezicht,
heeft hun gezang ons innerlijk bewogen.

Zoo ziet ge, als in de lucht zich ’t vocht verdicht,
soms om Latone’s kind een gordel weven,
waarvan zijzelf de draden houdt en richt.

In ’s hemels hof waaruit ’k mij heb begeven,
bevindt zich zooveel kost’lijk schoone vreugd,
dat men daarbuiten die niet kan beleven;

’t gezang dier lichten is zulk een geneugt’.
Hij, tot wiens vlucht geen vleugels kracht verleenen,
heeft op ’t verhaal eens stomme zich verheugd.

Toen zingend nu die zonnen, die daar schenen,
driemaal gedraaid zijn om ons in een kring,
als sterren gaande om vaste polen henen,

geleken ’t vrouwen, wier gedans niet ging
ten eind, die stilstaand spanden hare zinnen,
opdat elkeen de nieuwe wijze ving. (Oyen-Zeeman, canto 10, vs. 64-81)

Kijk omhoog, schrijft de verteller, en zie hoe de hemellichamen elkaar kruisen in hun tocht door de ruimte. Het is natuurlijk afhankelijk waar je staat. Soms zie je de planeten tegelijkertijd aan de hemel staan, maar wel miljoenen kilometers van elkaar. Het gezichtspunt vanaf de aarde laat ze nu tegelijk zien.

Schuine cirkel

Dante heeft het over een schuine cirkel die de planeten draagt. De banen van de planeten rond de zon waren nog niet vanzelfsprekend. Dat komt vele eeuwen later met Copernicus opmerking dat de aarde rond de zon draait en niet andersom zoals de Middeleeuwers nog denken. Ook dat is maar vanaf welk gezichtspunt je het bekijkt. Vanaf de aarde lijkt alles om de aarde te draaien.

Wel is Dante zich heel bewust van de afhankelijkheid van de planeten en met name de zon. Zij zorgt voor levenskracht. Ook vervullen zon en planeten een belangrijke rol in de hemel. Niet alleen in de hemel van Dante, ook de zintuigelijke hemel. Zo overpeinzend laat de verteller de lezer achter. Nu moet je het zelf verder maar overdenken, zegt hij. Het is net als met een maaltijd die ik heb klaargemaakt, je moet het wel zelf opeten. En ik moet weer verder.

Hogere hemelsfeer

Ik ga met hem mee. Zonder het in de gaten te hebben, is Dante een hemelsfeer verder gestegen. Die van de zon. Hij merkt op dat alles hier lichter wordt. Ook het gelaat van Beatrice gaat op in het felle zonlicht. Dante is erg dankbaar dat ze hem hier gebracht heeft. Bedank de zon van de Engelen, God, maar dat hij je hier gebracht heeft bij de stoffelijke zon. Als hij dat doet, gaat hij zo op in zijn dankbaarheid voor God dat hij Beatrice helemaal vergeet.

Dante ziet iets bijzonders gebeuren, er komt een halo om de zon van verlichte geesten. Hij vergelijkt het met een halo rond de maan als het mistig is - de lucht zwanger van damp. Zo versterkt het licht van de geesten die hem tegemoet komen de krachtige zon. Het zal ongetwijfeld met het normale mensenoog niet te zien zijn. Dat geldt voor meer dingen, zoals  edelstenen of het wonderschone gezang dat Dante hoort. Je zou het wel willen meenemen naar de aarde, maar het is zo mooi dat dit onmogelijk kan.

Lichten rond de zon

De lichten rond de zon stellen zich voor aan Dante. Het is de beroemde kerkgeleerde Thomas van Aquino. Nog altijd een zeer bekende Middeleeuwse denker. Hij is nog niet zo heel veel jaren dood als Dante hem hier tegenkomt. In zijn gezelschap zijn 11 andere helden, waaronder Aquino's leermeester Albertus van Keulen. Daarna stelt hem Dante voor aan de anderen. Veel 12e eeuwse geleerden, maar ook Boëthius, Isidorus, Dionysius de Areopagiet en zelfs koning Salomo.

de zon spint zwakjes
planeten draden van licht
een krans van helden

Literatuur

De geciteerde vertaling is van Betsy van Oyen-Zeeman uit 1932. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen. Afwisselend haal ik er 1 uit deze trits vertalingen.

dinsdag 27 december 2022

Rachab: Paradijs: Canto 9


Maar, opdat gij al de wensen die bij deze
kring ontstaan zijn in uw geest, geheel voldaan
zoudt mededragen, moet ik u toch iets zeggen.
Gij begeert te weten wie er in dit licht is,
dat hier nevens mij zo glanzend vonkelt
als een zonnestraal in zuiver water.
Weet dus dat daar binnen Rahab rust,
die, hier met ons verenigd, in de hoogste
graad bestempeld werd door deze hemel
— Waar de schaduw eindigt van uw
ondermaanse wereld —, eer nog enige andere ziel
werd meegenomen in de zegetocht van Christus.
Het betaamde toch haar in een hemel te verheffen,
als een palmtak van de grote zegepraal die Hij
met bei zijn palmen had gewonnen,
Aangezien zij de eerste zegepraal bevorderd
had van Josua in het Heilig Land,
waaraan de paus nog weinig denkt. (Haghebaert, Canto 9, vs. 109-126)

Na de Hongaarse vorst Karel Martel en zijn vrouw, raakt Dante in gesprek met 2 Italianen, de vrouw Cunizza en daarna Folco van Marseille. Hier gaat het flink tekeer over de toestand in Italië en nog wat meer in Florence. 

De verbanning uit Florence en de politieke situatie in het Noorden van Italië zijn terugkerende thema's in de Goddelijke komedie. Dante verlangt grenzeloos om weer naar zijn geboortestad terug te mogen. Er spreekt een eindeloze liefde voor deze stad en de inwoners uit deze stad. En de frustratie en het verdriet om de verbanning komen ook hier in de hemel terug.

Bijzonder lichtje

Folco vertelt zijn verhaal als Dantes oog op een bijzonder lichtje valt. Het is Rachab, vertelt Folco aan hem. Op hun verkenningstocht door het beloofde land, komen de 2 verkenners in Jericho. Ze worden gastvrij onthaalt door Rachab, een vrouw van lichte zeden. Ze woont in een huis dat op de stadsmuur is gebouwd. 

Bij de inname van de stad, hangt een rood lint uit haar raam. Het is het teken dat haar huis gespaard moet blijven. Het blijft als enige staan. Rachab is een held in de bijbel en ook bij Dante. Haar licht fonkelt als een zonnestraal in helder water, schrijft de verteller. Rachab heeft uiteindelijk een belangrijke plek in de stamboom van het Joodse volk en wordt opgesomd in de lange lijst van Jezus.

Bijzondere rol

In de Goddelijke komedie komt ze niet aan het woord. Vrouwen vervullen een bijzondere rol in het hiernamaals van Dante. Je merkt het al op het moment dat Beatrice haar intrede doet in het verhaal als begeleider. De aanbiddelijke houding van Dante naar haar toe, zorgt voor een afstand die er bij Vergilius helemaal niet is. Daar lopen 2 mannen al filosoferend en pratend rond. 

Het gebeurt ook hier, waarbij de vrouw Cunizza weldegelijk haar verhaal doet, maar Rachab als een lichtje voorbij komt. Een begroeting of gesprek blijven achterwege. Folco praat zeer lovend over haar. Het had een mooie ontmoeting kunnen opleveren, die de lezer bespaart blijft.

Liefde heerst

Het brengt Dante weer terug naar de boosheid over zijn geboortestad, de mensen die hem hebben laten vallen en voorgoed uit de stad hebben verbannen. Het is een verdriet die hier in dit deel van de hemel waar de liefde heerst, zo pijnlijk aan het licht komt.

een rood touw hangt uit
de stadsmuur van Jericho
liefde overwint

Literatuur

De hier gebruikte vertaling is van Haghebaert, herzien en ingeleid door Rob Antonissen in 1947. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen. Ik wissel de citaten af uit deze vertalingen.

dinsdag 20 december 2022

Venus: Paradijs: Canto 8

 


Van haar, aan wie ik d'aanvang kon ontleenen,
Kon men den naam aanwenden voor de sterre,
Wier achterhoofd of brauw de Zon beschenen.

Dat 'k in haar steeg, bleef van mijn aandacht verre,
't Geloof er in te zijn, heeft mij geschonken
Mijn Donna, naar wie — schooner — d'ooge' opsperren.

En naar men boven vlam ontwaart de vonken,
Een stem uit koor ons méér zijn klank doet blijken,
Als één rekte' en van d' and're trillers klonken,

Zag in dit licht ik andr'e lichtjes strijken,
Die sneller, trager gaand' in kring ons pralen,
Al naar hun blikken -meen 'k - in 't Eeuw'ge reiken. (Rensburg, Canto 8, vs 10-21)
Haast ongemerkt arriveert Dante in de 3e hemelsfeer: Venus heerst hier. Hij merkt het meteen aan Beatrice die aan schoonheid wint. Dat komt natuurlijk door de sfeer die hier is. Dat is er eentje van liefde en warmte. De gestorvenen hier, zijn allemaal het toonbeeld van liefde. Hun hele leven heeft ervoor gediend.

Liefdespijlen

De verwijzingen die Dante maakt naar de godin van de liefde, zijn prachtig. Hij heeft het over de engelachtige figuur Cupido. De eerste is nog altijd bekend om de liefde. Hij schiet met zijn liefdespijlen rond en vervult je met liefde. Dat is wat hier ook gebeurt.

Maar het is hier wel de hemel. De lustwekkende, zinnelijke liefde die Venus ook zo kenmerkt, vind je hier niet. De schoonheid is wel overal te vinden in dit deel van de hemel. De engelen en serafijnen laten zich in goddelijke flitsen zien. 

Ongekende schoonheid

Het schittert en flitst overal om Dante heen. De engelen zingen hosanna en andere mooie liederen. De muziek is van een ongekende schoonheid, schrijft de verteller.

In dit deel van de hemel spreekt Dante met Karel Martel, de koning van Hongarije die hij wel kent. Hier krijgt hij uitleg over de beweging van de hemellichamen en hoe de liefdespijlen alles in beweging brengen en houden.

Iedereen anders

De geordende samenleving is nodig, stellen Dante en Martel. Wel moet iedereen anders zijn. De kracht van de samenleving zit in hoe mensen van elkaar verschillen. Ieder geeft daarmee zijn eigen waarde aan de maatschappij. Een inclusieve samenleving. Iedereen telt. Ongeacht wie hij, zij of hen ook is.

De woorden van de Hongaarse vorst vervullen Dante met grote blijdschap. Ook zoiets hier in de hemel. Je wordt helemaal blij en enthousiast. Geen enkel ding valt hier uit de toon.

Venus rondingen
schitteren in de ruimte
tinten vol schoonheid

Literatuur

De gebruikte vertaling is van Rensburg uit 1908. Er zijn een heleboel vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen. Ik varieer de citaten uit deze verschillende vertalingen.

dinsdag 13 december 2022

De 4 elementen: Paradijs: Canto 7

 


Gij zegt: ik zie al de elementen aan
Verderf ten prooi, het vuur, de lucht, het water 
En de aarde; en allen duren slechts een tijd;
En allen zijn toch scheps'len, en zij moesten
Dus vrij zijn van verderf. 't Land, waar gij zijt,
Zoo rein, en de Eng'len, broeder! zij slechts kunnen
Geschapen heeten in volmaakt bestaan;
Maar de elementen die gij noemt en wat er
Al meer uit voortspruit, vorm ontleenen ze aan
Geschapen kracht, geschapen is hun stof, ook
De kracht, die vorming aan de sterren geeft.
De ziel van dier en plant trekt uit verbindt'nis,
Waarin zij met de heil'ge lichten leeft,
Straal en beweging. Maar de hoogste Goedheid
Stort zonder middel u uw leven in, 
En hare liefde mee , zoodat gij steeds verlangen
Naar haar gevoelt. (Thoden Van Velzen, Canto 7, vs 104-120)
Keizer Justianus vliegt zingend weg met een dubbele lichtkrans om hem heen. Dante blijft met Beatrice achter. Er kleeft een grote vraag aan hem, waar hij niet uit komt. Het probleem van de erfzonde en verlossing. 

Eeuwen afgetobd

Een probleem waar eeuwen over afgetobd is. In de Middeleeuwen draait het om dit vraagstuk en in de latere eeuwen ook. Het levert veel kerkscheuringen op, waaronder de keuze van Luther om zich af te scheiden. Maar ook binnen de protestanten heerst dit probleem.

Heeft Beatrice nu het antwoord. Ze doet een poging ertoe. Het leidt tot een diepzinnig theologische exposé. Ik raak ergens verward in het draadwerk dat Beatrice in haar retoriek bouwt. Je merkt wel dat Dante goed in de klassieken zit. 

De gedachte dat dit alleen voorbehouden is aan mensen van de Renaissance, is echt een misvatting. Net als dat je Dante niet tot deze stroming kunt rekenen, daarvoor leeft hij gewoon te vroeg.

Tijdelijk en eeuwig

Dan doemt er tegen het einde opeens een stuk op, dat best wel de moeite waard is. De tijdelijkheid en de eeuwigheid. Het oprichten van tijdelijke bouwsels vind ik persoonlijk altijd heel lastig. Je moet toch als je iets bouwt aan de langere termijn denken. 

Een hele wereldtuinbouwtentoonstelling oprichten en een halfjaar alles wat er staat weer afbreken, past niet in mijn idee hoe je de wereld mooier kunt maken. Dan maak je de wereld mooier en breek je het bijna meteen weer helemaal af. Ik snap dat niet.

4 elementen

Dante spreekt over de tijdigheid van de aarde. De 4 elementen, vuur, water, lucht en aarde, haalt hij aan. Het is er allemaal tijdelijk, tot God weer terugkomt. Alles behoort tot de schepping, stelt Beatrice. Wat je ziet op de aarde, maar ook wat je hier ziet in de hemelen. Het is allemaal geschapen voor om hem te eren. 

Hier geeft Beatrice de planten en dieren iets mee van de levenskracht om hen heen. De mens wordt rechtstreeks gevoed door God. In de mens schuilt het voortdurende verlangen naar hem. Dat verklaart ook de opstanding. Alles verwijst naar onze voorouders Adam en Eva.

de elementen
aarde, water, vuur en lucht
vieren de schepping

Literatuur

De gebruikte vertaling is van Thoden van Velzen uit 1874. Er zijn een heleboel vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen. Ik wissel de citaten af uit deze enorme hoeveelheid vertalingen.

dinsdag 6 december 2022

Harmonie: Paradijs: Canto 6

 


Meermalen hebben kindren moeten rouwen
Om 't kwaad van vaders, en hij moet niet meenen
Dat om zijn lelies God terug zal schouwen. 

Op deze kleine ster wonen degenen
Die door hun daden trachtten te verkrijgen
Een eer die met de faam zich zou vereenen. 

Maar als op aard begeerten zijwaarts neigen
Van 't rechte pad, dan voegt het dat de stralen
Van ware liefde minder krachtig stijgen. 

Doch als zich elks belooning zal bepalen
Naar zijn verdiensten, moet het ons verheugen
Waar tusschen bei gelijkheid niet zal falen. 

Gerechtigheid stort dan in ons de teugen
Van haar zoet leven, zoodat nooit kan wonen
In ons de dorst naar dingen die niet deugen. 

Verscheiden stem maakt ginder zoete tonen;
Zoo vormen zoete harmonie van rangen
Tusschen de sterren de verscheiden tronen. 

Binnen de parel die ons houdt omvangen
Licht ook het licht van Romeo, wie zijn daden,
Zoo groot en schoon, slecht loon deden erlangen. (Verweij, Canto 6, vs 109-129)

De Romeinse keizer Justianus is uitvoerig aan het woord in deze canto. Het is eigenlijk een monoloog van hem. Dante heeft in eerste instantie nog niet in de gaten wie er tegenover hem staat, maar het gaat om een christelijke keizer. 

Inlaten

In het betoog komt ook een waarschuwing naar voren; de welven in Florence moeten zich niet teveel inlaten met de Fransen. Daar komt narigheid van. Justianus vergelijkt alle toestanden in zijn tijd met wat er nu speelt. Een geschiedenis van heersers die zich er niet voor schamen om mensen uit de weg te ruimen.

Vervolgens introduceert Justianus de volgende spreker, Romieu de Villeneuve. Deze hoveling heeft een zwervend en bedelend bestaan geleid. Een overeenkomst met Dante die vanwege zijn kritische houding ook voor altijd uit zijn geliefde Florence is verbannen.

Kleine sterren

In de introductie die Justianus over deze man geeft, treft de vergaande vergelijking met een ster. Het zijn de kleine sterren, nauwelijks zichtbaar en ook snel verdreven, die de fouten van vader en zonen proberen goed te maken. De stralen van ware liefde dringen minder snel tot in de hoger hemelen.

Ook vergelijkt de spreker de verscheidenheid aan geesten tot een veelkleurige harmonie van het hemelse lied dat hier wordt gezongen. Hier vermengen licht en geluid zich. Natuurlijk wel binnen alle schoonheid en harmonie die in de hemel heersen. 

Dante mag het weten ook: hij bevindt zich in hogere sferen, boordevol zoete harmonie en stralende sterren.

de stemmen lichten
melodie in harmonie
schijnen de sterren

Literatuur

De hier gebruikte vertaling is van Albert Verweij uit 1923. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen. Naar believen wissel ik de citaten af uit deze enorme hoeveelheid vertalingen.

Terugblik: Paradijs: Canto 22

Ik blikte omlaag door alle zeven sferen, en toen ik de aardbol zag heel in de diepte, zo klein en zo gering, glimlachte ik even. En loof ik ...